Naar het overzicht
van de BESLUITEN




6 april 1825: Besluit van de Permanente Kommissie van Weldadigheid houdende wijziging in de verdiensten van de onderscheidene klassen van kolonisten van het bedelaars etablissement


Drents Archief, toegang 0186, invnr 988 (dubbel aanwezig, ook in invnr 963)


De Permanente Kommissie van Weldadigheid,

Overwegende, dat ofschoon het, aan de ééne zijde, billijk is, dat de sterkere kolonist van het bedelaars etablissement genot hebbe van de meerdere verdiensten, welke zijne meerdere krachten hem doen erlangen, boven den zwakkeren, welke met dezelfde arbeidzaamheid in zijne verdienste moet achterstaan;
– het aan de anderen kant, niet voor onredelijk kan gehouden worden, en het bovendien voor de inrigting van het etablissement zelf hoogst nuttig is dat hierin zoo veel mogelijk wierde tegemoet gekomen;

Overwegende dat de ondervinding geleerd heeft de moeijelijkheid ja onmogelijkheid, om zoodanige tegemoetkoming geheel en alleen door de toedeeling van de soort van arbeid aan de onderscheidene klassen en sexen van kolonisten daar te stellen;

Overwegende, dat het gevolg hiervan zoude zijn, dat onder de in arbeidzaamheid gelijk staande kolonisten, welke ofschoon alle valide, echter niet gelijk in krachten staan, het verschil tusschen de oververdiensten, vooral tusschen de mans en vrouwelijke kolonisten, te groot wierd om den sterken kolonist op de voor hem geschikten graad van welvaart te houden, en om den zwakkeren tot het bereiken van dien staat te kunnen in staat stellen, en hierin mitsdien behoord te worden voorzien;

Overwegende, dat eene klassificiering, zoo van de beide sexen, als van de onderscheidene krachten van ieder derzelve, omtrent hetgeen in de verschillende fondsen van onderhoud moet worden bijgedragen, alvorens eenige oververdienste te erlangen, de geschiktste wijze schijnt te wezen om in het bedoelde gebrek te voorzien;

Gezien het reglement van administratie van het bedelaars etablissement van den 25 Oct 1822 en de ampliatie op hetzelve van den 4e mei 1823;

Gezien het voorstel van den Heer Direkteur der kolonien van den 30 Jan ll,

Heeft besloten

Art. 1
Behalve de onderscheiding van de kolonisten in het bedelaars etablissement, wegens hunnen ouderdom, in mannen, jongens en kinderen van het mannelijk, – en in vrouwen, meisjes en kinderen van het vrouwelijk geslacht, worden, met betrekking tot derzelver vollen verdiensten voor de verschillende fondsen, de mannen en vrouwen elk in 3 en de meisjes en kinderen van het vrouwelijk geslacht elk in 2 klassen verdeeld, en wordt de volle verdienste van elk dier soorten en klassen van kolonisten nader bepaald als op de hieraan gehechten staat vermeld wordt;

blijvende overigens, alle hier niet mede strijdende vroegere bepalingen van administratie van het etablissement in volle kracht.

Bijgevoegd zijn staten met de gevolgen hiervan.

Er zijn de volgende kolommen: Administratiefonds, kleedingfonds, vuur en lichtfonds, reservefonds, waschtfonds, voedingfonds, reparatiefonds, winkelkaart, totale verdienste.

Overigens is er bijgeschreven dat het besluit sindsdien gewijzigd is, welke notitie als datum maart 1829 heeft. De twee klassen meisjes en kinderen zijn verdwenen, en de getallen zijn her en der veranderd.