De trek naar Twente


De gezondheidszorg in de koloniŽn was - voor negentiende eeuwse begrippen - prima geregeld. Dat de 'beroemden doctor en goede chirurgijns' Jan Bloemert Schuurman in Steenwijk praktizeerde, was zelfs een argument om de proefkolonie daar in de buurt te vestigen (boek blz. 50)
Die lijn werd doorgezet en wie daarover meer wil weten, moet zeker kennis nemen van het proefschrift van mevrouw Roelfsema over 'De gezondheidszorg in de Noord-Nederlandse koloniŽn van de Maatschappij van Weldadigheid tussen 1818 en 1859'. Dat staat
hier op internet, maar het is ook als boek verkrijgbaar.


Alleen dient dan ook de klassieker 'elk voordeel heeft zijn nadeel' te worden geciteerd. Want het gevolg van die goede gezondheidszorg was dat relatief veel kolonistenkinderen de volwassenheid haalden. Voor zoveel handen was op de koloniŽn geen werk. Veel nakomelingen van kolonisten vestigden zich in de 'desperado-koloniŽn' (boek blz 364), maar dat hield op een gegeven moment ook op. Ongeveer vanaf het midden van de negentiende eeuw trokken steeds meer nakomelingen met hun gezinnen verder naar het oosten, waar wel werk was. Sommigen vonden een bestaan in Salland, veel trokken nog oostelijker en vestigden zich in Twente.

Ik heb mijn bestanden doorgenomen op kolonistengeslachten waarvan nazaten in Twente terechtgekomen zijn. Deels zijn dat aantekeningen uit het Maatschappij-archief, deels heb ik die informatie uit correspondentie met lezers uit Twente van wie ik weet dat ze kolonistennazaat zijn.
LET WEL: Dit zijn slechts mijn notities en deze lijst is dus zťťr onvolledig (en ik ben er vast een paar vergeten). Er zullen er veel meer geweest zijn.
Bij geslachtsnamen die elders op de site ook voorkomen, heb ik een link daarnaartoe gelegd. De voornamen zijn die van de eerste die zich van dat geslacht in de kolonie vestigt, zeg maar de 'koloniale stamvader'. Tussen haakjes staat de plaats, en soms ook het arrondissement, waar die eersteling vandaan kwam.

- Jans Aukes ('s Gravenhage)
- Johannes Augustijn (Bergen op Zoom)
- Eilke Levys Bakema (Eenrum, arrondissement Appingedam)
- Johannes Bodenstaff (Oosterbeek, arrondissement Arnhem)
- Henricus Bastiaans (Nijmegen)
- Leonardus Biemans (Gorinchem)
- Jan Brands (Groningen)
- Jan Burks (Goes)
- Pieter Corba (Woerden)
- Hendrik Deems (Schiedam)
- Pieter Dijkshoorn (Delft)
- Anthonie Gerards (Rotterdam)
- Hendrik Gerrits (Kampen)
- Tjalling Gerrit Gerritsma (Bolsward)
- Martinus Haakmeester ('s Gravenhage)
- Bernardus Harmeling (Groningen)
- Harmen Hassing (Steggerda)
- Johannes vd Heijde (Leiden)
- Jacobus Hille (Schiedam)
- Johan Hendrik Horst (Leeuwarden)
- Dirk Houtman (Vlaardingen)
- Lambertus Huis int Veld (Deventer)
- Hermanus Jurgens, alias van der Most (Schiedam)
- Jan van Kesteren (Delfshaven)
- Johannes Kieven (Hoorn)
- Leendert van Kooten (Woerden)
- Willem Kuiters (Dordrecht)
- Franciscus Leloux (Epe)
- Bernardus van Limbeek (Nijmegen)
- Lucas Lucassen (Nijmegen)
- Johannes Molewijk (Arnhem)
- Jan Olie (Alkmaar)
- Cornelis van Os (Buren, arrondissement Tiel)
- Antonie van Osta (Oudewater)
- Dirk den Ouden (Rotterdam)
- Frederik Rausch ('s Gravenhage)
- Cornelis Wilhelmus Rensing (Zwolle)
- Antonie de Ronde (Schiedam)
- Hubrecht de Ruiter (Axel)
- Jan Smies (Axel)
- Josephus Souverijn (Gorinchem)
- Jan Spel (Montfoort)
- Jan Steenmetz (Amsterdam)
- Jacob Ruurt Stellinga (Stavoren)
- Lambertus Verhagen (Rotterdam)
- Jan Cornelis Westerveld (Broek in Waterland)
- Jan Takes de Vries (Meppel)