Vergadering van de Permanente Comissie der Maatschappij van Weldadigheid gehouden den 30e November 1855

Zomaar een keer de notulen van de permanente commissie. Omdat het een belangrijke vergadering is? Nee. Omdat ik er toevallig een transcriptie van heb? Ja.
Wat ik zo zie in inventarisnummer 42, waarin de notulen van 19 januari 1848 tot 5 december 1856 zich bevinden, wordt er deze periode slechts één keer per maand bijeengekomen. Mét de gecommitteerde der regering baron Mackay.
Aanvullende informatie over deze vergaderingen zal te vinden zijn in de gedeponeerde archieven van het lid van de permanente commissie jkh mr Jan Cornelis Reinier van Hoorn van Burgh, invnrs 3293-3311, en van de gecommitteerde der regering, invnrs 3321-3374.
Maar goed: 30 november 1855. Bijgevoegd zijn klad-notulen waar vermoedelijk precies hetzelfde in staat, plus een lijstje met kort de besluiten.

Tegenwoordig de drie leden der permanente commissie, mitsgaders de Heer Gecommitteerde der Regering.

1 Lezing en goedkeuring der notulen van den 26e Oktober jl

2 Naar aanleiding van het bepaalde in de vergadering der Comissie van Weldadigheid van den 18e September ll, dat de som van f 1700: - gevorderd wordende tot verkrijging van het regt op plaatsing van een huisgezin in de Gewone Kolonien, uit de contributien van de leden der Maatschappij, met ingang van 1 january 1856 zal worden verhoogd tot f 2000:- en deze aangelegenheid in overleg met den Heer Gecommitteerde der Regering zal worden geregeld wordt dit onderwerp in behandeling gebragt.
Na deliberatien deswege wordt besloten dat Art 25 van het Reglement voor de Subcommissien dienovereenkomstig zal worden gewijzigd, en dat daaruit tevens zal wegvallen de daarin voorkomende bepaling dat reeds het regt tot plaatsing bekomen wordt, wanneer eene afdeling der Maatschappij de helft der gevorderde som voor de vestiging benoodigd in Credit heeft verkregen, en zulks in verband tot Art 47 van het Algemeen Contract met de Regering, terwijl ook in Art 26 van het Reglement voor de Subcommissien de daarbij vermelde som van f 1700:- die het altoosdurend regt tot plaatsing verschaft in die van f 2000:- zal worden veranderd voor zooveel betreft de huisgezinnen welke in het vervolg tegen dat bedrag zullen worden overgenomen.
Door den Heer Gecommitteerde der Regering wordt van deze beschikking kennis genomen ten einde daaromtrent het welneemen van Zijne Excellentie den Heer Minister van Binnenlandsche Zaken te vragen.
Overigens wordt besloten dat bij het ten uitvoer leggen dezer bepalingen eene circulaire aan de Subcommissien en Heeren Provinciala kommandanten zal gerigt worden, waarbij de noodzakelijkheid tot de onderwerpelijke verhooging, in verband tot de duurte der gronden, bouwmaterialen, meststoffen als anderszins, zal worden ontwikkeld.

3. Wordt ter tafel gebragt een missive van den Directeur der kolonien van den 26e October ll N 3002 daarbij voordragende het verzoek der Erven Stomp te Diever, tot ruiling van een hun in eigendom toebehoorend stukje grond met een nagenoeg gelijk perceel in het bezit der Maatschappij zijnde. Besloten de bedoelde ruiling toetestaan onder bepaald voorbehoud nogtans, dat deswege geene kosten van overdragt ten laste der Maatschappij zullen mogen komen.

4. Op voorstel van den Heer Van Hoorn van Burgh wordt besloten om aan de Hoofdambtenaren C. Kriegel en A. van Heel respectievelijk toeteleggen eene gratificatie van f 50:- aan de geëmployeerden C. Coenen, B.J.J. van Nieuwenhoven, J.C. Bärenfanger, J. van der Houten, L.C.F.J. Spangenberg en W.F. Reijnders voor zooveel betreft de vier eersten f 40:- en de beide laatsten respectivelijk f 30:- en f 25:- en aan den bode J.G. de Vos f 15:-.

5. Door de Permanente Commissie wordt gerapporteerd nopens eene missive van Zijne Excekkentie den Heere Minister voor de Zaken der Hervormde Eeredienst enz., van den 18 Augustus ll N17, en het daarbij toegezonden voorstel van de Algemeene Synode der Nederlandsche Hervormde kerk van den 17e July bevorens, betreffende veranderingen in de bestaande reglementen voor de Protestantsche Gemeenten van de kolonien der Maatschappij.
Na deliberatie wordt besloten aan Zijne Excellentie voornoemd te kennen te geven: dat de Permanente Commissie deze aangelegenheid liever onaangeroerd had zien gelaten, op grond dat de Maatschappij van Weldadigheid eene algemeene armen instelling zijnde alle veranderingen of wijzigingen in de kerkelijke aangelegenheden moeijelijkheden en botsingen doen ontstaan;
dat vermits echter het vigerende Reglement in overleg met het Hooge kerkbestuur is tot stand gebragt, er nu geen grond bestaat zich aan eene wijziging te onttrekken, en dat, wat de voorgestelde wijzigingen betreft, ten aanzien van de kerkorentatie(?) en het benoemen van de Predikanten, zich daartegen geene bezwaren opdoen, vooral niet daar ze aan Zijne Majesteits approvatie die ook het primitive reglement heeft goedgekeurd onderworpen blijven.

6, Door den Heer Gecommitteerde der Regering worden eenige opmerkingen de kolonien betreffende medegedeeld door ZHWGeb bij gelegenheid van deszelfs jongste reize derwaarts gemaakt.
De Permanente Commissie geeft te kennen dat de medegedeelde punten door haar in overweging zullen worden genomen.

Getekend door G Ruitenschild