Besluit van de permanente commissie 16 september 1845 N16, over de gevolgen van de aardappelziekte

In de loop van 1845 blijkt er een ziekte onder de aardappelen te heersen. Niet alleen in ons land, maar in heel West-Europa. Op 9 september 1845 in een brief met nummer N2242 rapporteert de directeur der koloniŽn hierover. Die brief heb ik niet gezien, maar zal zich in invnr 309 bevinden. Daarop neemt de permanente commissie de onderstaande besluiten, invnr 572 bij agendapunt N16 van 16 september 1845, die bedoeld zijn om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken.

De Permanente Commissie der Maatschappij van Weldadigheid,

besluit:
   
Aan den Dir te kennen te geven:

a. dat de PC het van hoog belang acht, dat men bij het bulten der aardappelen niet te haastig te werk ga, maar ze eerst zoo veel mogelijk droog late worden, wordende zulks, benevens de overigens nuttig te achten voorslagen, dringend aanbevolen.

b. dat de PC zich wel vereenigen kan, met het denkbeeld, om bij het uitgeven van aardappelen, waaronder slechte zijn, eene toegift te verleenen, doch dat daarbij de meeste spaarzaamheid zal moeten worden inachtgenomen, zullende men niet uit het oog mogen verliezen, dat het algemeen misgewas der aardappelen eene ramp is, welke alle standen in de gewone maatschappij, doch inzonderheid de mindere, gevoelig treft, en dat de kolonisten in billijkheid geene aanspraak kunnen maken om in hoeveelheid zoo veel meer te ontvangen, als in qualiteit tekort schiet, maar integendeel even als zoo vele duizenden in den lande hunne consumtie zoo veel mogelijk moeten inkrimpen.

c. dat het voorstel van de aardappelen dit jaar niet in voorraad aan de kolonisten te verstrekken, maar ze alle intenemen en bij de week uittegeven, wordt goedgekeurd.

d. dat de PC hare toestemming verleent, om ook de katoenwevers tot het aardappelen rooijen te bezigen, onder uitdrukkelijke bepaling evenwel, dat zulks niet langer mag duren, dan volstrekt noodig is.

e. den Dir te magtigen, om het nog benoodigde hooi aantekoopen, met inachtneming echter van de meeste spaarzaamheid, in het oog houdende, dat in geen geval meer zal mogen worden vervoerd dan (behalve het vereischte stroo in de weken ?? ?? 100 pond hooi in de week per koe als er geen aardappelen bij worden vervoerd en als dat wel plaats heeft, dan eene evenreedige hoeveelheid hooi minder, zijnde het intusschen de bedoeling der PC dat dit jaar aan de koeijen geene aardappelen, die voor den mensch eetbaar zijn, worden gevoerd.

Afschrift dezes zal worden gezonden aan den Directeur der Kolonien.
De Permanente Commissie etc