Archiefstukken komen uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het Drents Archief, inventarisnummer 0186. Onderstaande komt uit invoernummer 60 (eerste brief) en 353 (tweede brief). NB: De onderstrepingen komen uit de brieven, het zijn dus geen links.



welke alle van allen grond ontbloot zijn



In het boek wordt op bladzijde 329 beschreven hoe soms klachten eenvoudig te weerleggen zijn, met als voorbeeld de in de foute godsdienst opgevoede Harderwijkse wees. Hier wat meer tekst over dit akkefietje.


Op 4 maart 1822 schreef de subcommissie Harderwijk aan de permanente commissie:

   (...) ... ontvangen hebbende eene missive van diaconen der hervormde gemeen­te, aldaar gedaan 25 febr. ll., waarin dezelve zich be­klagen over het gebrek­kig toezigt hetwelk in de kolonien op de weeskinderen, door hen aldaar besteed, wordt gehouden, vermits Gerrit Boon een van hunne bestedelingen in de roomsche kerk gaat en in het kort zijne belijdenis in dezelve staat afteleggen.

De subcommissie maakt duidelijk dat als dit het geval is, er dan een grote leegloop van protes­tantse leden staat te wachten.


Normaliter gaan zulkke klachten gelijk door naar de directeur in de kolonie om het te onderzoeken, maar nu kan de pc de volgende dag al reageren.
Murw van alle klachten van subcommissies over de behandeling van hun weeskinderen in de kolonie, kan zij nu een triomfantelijke toon aanslaan. Zie je wel, alle klachten zijn onzin.


Uit een brief van de permanente commissie aan Harderwijk dd 5 maart 1822:

     Het heeft de Perm. Komm. ten uiterste bevreemd, bij UWelEd Missive van gisteren, de klagten van de diakonen der herv. gemeente in uwe stad, te vinden medegedeeld, dat één hunner bij kontrakt geplaatste 6 kinderen, dien zij opgevende als Gerrit Boon, van de gereformeer­de religie, in de roomsche kerk zoude gaan, en in dezelve weldra zijne belijdenis afleggen, daar noch eenen Boon, noch eenen Gerrit, blijkens de stamlijst door besteders zelve ingezonden - en waarvan hiernevens een kopie gaat - ten gevolge het met HunEd gesloten kontrakt in de kol. is opgenomen, en het hier uit blijkt, dat Heeren Diakonen niet bekend schijnen te zijn, met de van hun overgenomene kinderen.

     De Perm. Komm. verzoekt UWelEd derhalve, allervriendelijkst, alvorens hier naar onderzoek kan worden gedaan, omtrent den bedoelden persoon nader naauwkeurig te worden geinformeerd; terwijl het haar boven­dien hoogst aangenaam zoude zijn, indien UWelEd sekretaris de goedheid geliefde te hebben, zich op den overbrenger van zoodanigen laster, waaraan de P.K. reeds voorloopig niet het minste geloof kan hechten, te informeren, en dit aan haar te gelijk vertrouwelijk mededeelen; wijl zij door het vroeger en later inkomen van meer diergelijke klagten, welke alle van allen grond ontbloot zijn bevonden, zich te vollen overtuigd houdt, dat even zoo ook deze, hare oorsprong heeft in de kwaadwilligheid van sommige vijanden der M., zullende de P.K. echter, na de ontvangst der informatie van de bedoelde persoon, de zaak in loco met alle mogelijke juistheid doen onderzoeken, en van de bevinding UWelEd overwijld kennisgeven.


Heel misschien bedoelden de Harderwijkse diakenen ene Martinus Boome, een wees uit Harderwijk, geboren 1807 dus nu vijftien. Kort hierop, op 28 maart 1822, blijkt die vanuit de kolonie naar de strafkolonie op de Ommerschans gestuurd te zijn wegens wangedrag. Dat is wel heel toevallig.