Alle archiefstukken komen uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het Drents Archief, inventarisnummer 0186. Onderstaande komt uit invoernummer 63.


onderdanige dienaren

Uit een (hele mooie) brief van de subcommissie Enkhuizen aan de permanente commissie dd zondag 22 december 1822 (zie boek bladzijde 333)

(...)
Wanneer eenstemmigheid tot bereiking van een bepaald doel de noodige veerkracht geeft aan de stemming der ziel, en haar tot geestdrift voor de belangen der geliefkoosde zaak;
    Wanneer onderlinge, algemeene belangstelling elk individueel doorstroomt en zich gaarne tot vereeniging en medewerking aansluit;
    Wanneer de wil om nuttig te wezen, en het zijne (het zij groot of gering) daartoe bijdraagt en elke poging doorstaat; dan voorzeker kan en zal het niet missen of elke onderneming moet die hoogte van volkomenheid bereiken waar voor zij vatbaar is.

    Maar - Wanneer die wil miskend, dat doel voorbij gezien wordt;
    Wanneer men in elke opmerking ter teregtwijzing alleen een geest van berisping vermoedt;
    Wanneer men uit de hoogte nederziet; of die welke hoe zeer gelijk in regten echter als ongelijk in betrekkingen acht, en beschouwd als op eene verren afstand, of op eenen (schijnbaar) lageren trap geplaatst;
    Wanneer men door magtspreuken wil bedwingen, of door daarheen geworpene gezegdens meent te overtuigen, of billijke opmerkingen smooren;
    Wanneer eene gezogte autoriteit, mistrouwen koesterende, bewijzen vraagt, als of de regter spreekt, en dus eenen verre afstand voorwendt, om gezag te toonen, dan verzeilt stellig het schip op de klippen van hoogmoed, dat bij behouden varen, rijkdom en geluk zou invoeren; dan wordt de geestdrift tot behouden en redden onderdrukt, de medewerking geschorst; en niet zelden houdt de deelneming geheel en al op.

    Zie daar Mijne Heeren! de grieven geschetst, die bij het leezen uwer laatste missive de dato 24 octob. ons gevoel pijnigend trof.
    Nimmer hadden wij durven, veel min kunnen denken zulke vermoedens bij UEd te zullen ontwaren, als wij, tot ons leedwezen, al te duidelijk ontdekten, zelfs door den schors der welleevendheid heen, waar in dezelve was omkleed.
    Wij, die het zuiverste doel, niet van berisping, maar van ware overtuiging koesterden, dat de misbruiken die er plaats hadden, en onzes inziens wezentlijk nadeelig zijn, niet alleen, als zoodanig, in derzelver geheelen omvang en schadelijke strekking, door UWEd gekend worden.
    Wij - die het ons ten plicht achten, om die misbruiken onder uwe aandacht te brengen, ten einde uw welwillend poogen te ondersteunen, en het hooge doel meer en meer te volmaken.
     Wij ontwaarden die miskenning onzer zuivere bedoelingen met eene gewaarwording die ons gevoel grievend pijnigde:    
     Ons, die hoewel alleen eene kleine, misschien onwerkzame, weinig beteekende sub-kommissie op een veraf gelegene plaats uitmakende, nochthans vermenen met UWEd gelijke regten te hebben, als leden op de geheele Maatschappij, en het weltreffen van heer doel; maar die het daar en boven zich ten pligt rekenen als vertegenwoordigende eene afdeeling der Maatschappij, om de misbruiken enz, die ter onzer kennisse komen, en die ons in het onderhavig geval, door onzen gedachten, en voor de groote zaak zeer ingenoomen secretaris T. van Tricht zijn medegedeeld, ter kennisse te moeten brengen van dat gedeelte onzer Maatschappij, t welk aan haar hoofd geplaatst, de uitvoerende magt is opgedragen, en dus alleen in staat is, de zelve te kunnen verbeteren:
    Eene wijze van handelen, die noch wantrouwen, noch terugstooting; veel min belediging verdiend.

    Zoo evenwel vooringenomenheid met eigen handelen en eigen (beter?) weten de rigtsnoer moet weze van beoordeelen en handelen, wordt voorzeker alle medewerking overtollig, het bestuur oppermachtig; en wij individuele leden zullen voortaan alleen de eer hebben geld te geven, om dat bestuur N.B. in stand te houden, terwijl elke sub-kommissie het geluk zal hebben, als hare eenige werkzaamheid, om, als onderdanige dienaren der Permanente Kommissie geld te bedelen, te ontvangen en te remitteren.
     Waarlijk een eer, die hoewaardig ook misschien door zommige geacht, en hoe wezentlijk nuttig ook het doel zelve moge zijn, in t vervolg miskend, en niet verlangt zal worden door de subkommissie van Enkhuizen
(...)

C. Stant voorzitter

N.B. er ligt bij den Hr. F. de West, onzen thesaurier, disponibel de som van ƒ300,-