Archiefstukken komen uit het archief van de Maatschappij van Weldadigheid bij het
Drents Archief, toegang 0186. In de tekst genoemde invnrs horen bij die toegang.



Om met meerder magt over het personeel der armen te kunnen beschikken



De subcommissie van weldadigheid Bolsward is na een tijdje niet meer zo gelukkig met de Maatschappij van Weldadigheid. In enkele bijzonder omvangrijke brieven leggen ze een paar keer uit dat de kolonisatie niet voldoet aan de plaatselijke behoefte.
Het lijkt bedoeld voor de armen die Bolsward liever niet kwijt wil. En de mensen die Bolsward wél graag uit het straatbeeld ziet verdwijnen, zijn er niet heen te krijgen!
Een sterretje bij een naam betekent dat onderaan de pagina nadere informatie staat.



De subcommissie van weldadigheid Bolsward begint in 1818 voortvarend met over de 200 (om precies te zijn 207) contribuanten, wat veel is in verhouding tot het inwonertal. Ze mag een van de 52 hoeves op de proefkolonie vullen en doet dat met het gezin van Tjalling Gerrit Gerritsma*. Daarna sluiten 'de Armvoogden van de stad Bolsward' in februari 1820 een drie halen, één betalen contract (boek blz. 189) voor zes wezen en twee gezinnen, maar blijkbaar krijgt men dat niet vol.
Het contract wordt geannuleerd en vervangen door een zogenaamd 'D-contract': vier weeskinderen tegen 45 gulden per persoon per jaar, gedurende 16 jaar te voldoen, onder garantie van het gemeentebestuur. Dat is goedkoper dan de normale 60 gulden per jaar per wees, maar bij dit contract verwerft Bolsward na zestien jaar geen hoeve, alleen het eeuwigdurende recht om vier kinderen te mogen plaatsen. Bolsward beschikt dus alleen over de hoeve van de Gerritsma's, maar die breiden gestaag uit.

Dit nieuwe contract wordt afgesloten op 24 mei 1822, maar de kinderen zijn er al. Het contractenboek (invnr 1394) meldt: 'Het kontrakt een vorig, op N 24 LA vermeld, vervangen hebbende, zijn de vier kinderen vóór het sluiten van hetzelve reeds den 21 Feb. 1822 voorlopig geplaatst waarom het kontrakt met dien tijd, een aanvang neemt.'

Dat klopt, zie de nominatieve staat van aankomst op 21-2-1822 (invnr 1370 - de koloniale carrières van deze kinderen komen later nog onderaan de pagina):


,

Tussen beide contracten in, op 14 maart 1821 Iinvnr 56), stuurt Bolsward een enorme brief aan de permanente commissie. Het is een bijdrage aan de (in het boek op blz 279 genoemde) discussie over de geringe steun voor de Maatschappij op het platteland, maar het zal ook bedoeld zijn als verklaring waarom het eerste contract niet is geëffectueerd.


Caracter tick

Men begint met informatie over de situatie van de armen in Bolsward.  'Den oppassenden werkzamen arbeider, vervalt hier zelden tot die armoedige staat, of de hulpvaardige mededeelzame geaardheid welke eene caracter tick van onze natie is, bied hen in moeijlijke omstandigheden de hand.'
Dankzij die goedheid van de Bolswaarders wordt zo'n gezin door moeilijke periodes - 'eene strenge winter, of ziekte' - heen geholpen: 'dan springen de armenkassen toe, en somwijlen is eene geringe toelage, met de verzekering van een woning en turf etc. toereikende om hen in staat te stellen hun gezin groot te brengen'
Die plaatselijke armenkassen zijn daarvoor vooralsnog groot genoeg. 'De armen hier ten stede worden over het algemeen matig goed onderhouden, hun lot is vooral in deze winter zeer dragelijk geweest; aan de noodzakelijkste behoeften is voldaan geworden.' En in de zomer is er voldoende werk in Bolsward, de inwoner kan 'in dit plaatsje in evenredigheid werk genoeg vinden, om alle handen aanslag te kunnen geven'.

Daar, bij die ' oppassende arbeider', zit dus het probleem niet. Van de burgerij hoeven die niet naar de koloniën. Integendeel, men zou ze zelfs 'niets dan met weerzin zien vertrekken'. Ze zijn 'onontbeerlijk voor de maatschappij', waarmee bedoeld zal worden dat de stad hen nodig heeft als arbeidsreserve. En bovendien willen ze niet weg. Zij zijn het niet die 'in zodanig eene staat van ongeluk verkeeren, dat zij dezelven met dien van onze colonien zouden willen verwisselen'. Daarvoor zijn ze teveel gehecht 'aan hunne geboorte plaats, en aan alles wat hun daar omringd en aangaat.'

Maar de gezinnen die volgens Bolsward wèl naar de zich uitbreidende koloniën zouden moeten, krijgt men er ook niet heen. De subcommissie wordt geconfronteerd met 'huisgezinnen welke in den winter als de honger haar kwelt, zich ter kolonisatie aangeven (...) en zich naderhand wanneer hun de lust daartoe is vergaan (...), rond uit weigeren als de tijd daar is om te vertrekken.'


Sterken drank

Dat maakt duidelijk waarom Bolsward de gezinnen uit het contract van 1820 niet kon leveren. Men is er nog kwaad over en één bevolkingscategorie heeft het bij de commissie met name verbruid. Gezinshoofden bij wie de lust tot werken wordt 'verdrongen door eenen verslaafden neiging tot zekere debauche in sterken drank'. Debauche is verspilling. 'Het is genoegzaam bekend, welken invloed dezen kwaal op de gezinnen heeft; het zijn veel al de eenige oorzaken van de armoede, en de daar op gevolgde ellende.'

Hoewel zulk volk eigenlijk geen enkele ondersteuning verdient, 'is men echter volgens de bestaande wetten gehouden, om zo wel de oorzaak (de man) van de ontstane armoede, als deszelfs gezin van het noodzakelijkste te voorzien.'  Dat gaat in Bolsward uiterst mondjesmaat, of zoals de subcommissie het noemt 'met meer karigheid', maar dan komen de gezinnen van de dronkelappen in actie: 'nu neemt men in de eerste plaats den toevlugt tot geheime aanvragen, hier worden gemeenlijk de ongelukkige vrouwen toe gebruikt, die het gejammer der hongerige kinderen niet meer kunnen aanhoren, en dat weldra door eene openlijke bedelarij word gevolgd.'

Met dat laatste komen ze in Bolsward zelf niet ver: 'Wat onze stad betreft, daar word de bedelarij ten strengsten geweerd'. Maar op het omringende platteland waar 'geheele troepen het land aflopen',  weet men dat een weigering om een aalmoes te geven tot gevolg kan hebben dat de schuur in vlammen opgaat en daar wordt de bedelarij 'uit een bangen principe om groter kwaad te verhoeden, door alle de bewooners van onze klokslag en de dorpen, zo wel bij dag als bij nagt rijkelijk beloond'.


Goede woorden en bedreigingen

Het is deze 'klasse van onzedelijken en bedorvene menschen' die Bolsward in aanmerking vindt komen voor heropvoeding bij de Maatschappij van Weldadigheid. 'Wij moeten de laatsten tragten over te haalen om bewoonders van den reeds bestaande of nog te ontginnen colonien te worden.'
Dat lukt niet. 'De toestand van de bedoelde voorwerpen is niet zo rampzalig nog, zodat men zich zoude voorstellen zij van iedere gelegenheid willen gebruik maken om naar de colonien te gaan.' De drinkebroers, de uitvreters en de bedelaars vertikken het gewoon. Ze 'begeren alzo liever dit ellendig leven voortesleepen dan hetzelve, als het ware voor eene werkzame overvloed te verruilen.' Vandaar dat de subcommissie een vurig pleidooi houdt 'om de besturen en armen directien het regt te geven, om met meerder magt over het personeel der armen te kunnen beschikken'.

De wens om gezinnen onder dwang te koloniseren wordt door Bolsward enkele malen herhaald. In 1825 volgt weer zo'n enorme lap tekst (brief van 16 mei 1825, invnr 357) met als directe aanleiding de plaatsing van Pieter Dirks Dijkstra* en familie als arbeidershuisgezin in een van de pas opgerichte gebouwen in Veenhuizen. De subcommissie bericht 'dat den opzending van dit gezin ons zo wel als het armenbestuur van den doopsgezinde gemeente alhier, wederom veele moeijelijkheid heeft veroorzaakt'.
Dat kwam omdat Dijkstra en de zijnen eerst hadden verklaard 'daartoe genegen te zijn', maar toen puntje bij paaltje kwam niet zo'n zin meer hadden om  te gaan, 'tot dat eindelijk door goede woorden en bedreigingen zij gehoor hebben gegeven aan de noodzakelijkheid.'

Het is de zoveelste keer dat dit gebeurt - 'in deze omstandigheden hebben wij meermalen verkeerd' - en Bolsward heeft er genoeg van. Ze eist meer machtsmiddelen opdat, meldt zij dreigend, armbesturen en subcommissies 'welke met het heilzame plan der kolonisatie in aanraking komt, niet genoodzaakt worden om hetzelve als voor haar geen nut hebbende vaarwel te moeten zeggen'.


--------------------------------------------

Van de eerste kolonist uit Bolsward, Tjalling Gerrit Gerritsma, is via deze link een persoonsfile te vinden. Hij sticht een kleine kolonie-dynastie - zie hier - en zijn zoon Jelle komt voor op de pagina Gewilde Weduwen.

Zie over Piter Dirks Dijkstra, inclusief genealogische verwijzing, de pagina De jacht op de minnaar van Jeltje Klazes Riemersma.