AANTEKENINGEN bij Rijks Geschiedkundige Publicatiën. Gedenkstukken der algemeene geschiedenis van Nederland van 1795-1840, eerste (inleidende) deel, Nederland en de revolutie 1789-1795, door T.H. Colenbrander, 1905

Ik heb het enkele jaren geleden in de bibliotheek gelezen, maar inmiddels staat dit boek helemaal op Delpher, zie hier.

In onderstaande doe ik alleen de vermeldingen van Etta en soms stukjes over personen die met haar te maken hebben. In de eerste kolom staat het paginanummer, de Romeinse cijfers zijn van de inleiding.

Inleiding









XLVII
Na het afmaken van het boek heeft Colenbrander nog drie bronnen over Etta te pakken gekregen, die een aanvulling geven op de informatie op pagina 148-149. De eerste is de Genealogie de Sitter uit 1885. Die bevindt zich onder andere in GrA toegang 694 invnr 24, maar is volgens de Genealogische aantekeningen van Johan Hendrik de Sitter uit 1916, zie hier, niet erg betrouwbaar.
XLVIII
De tweede nieuwe bron is het rapport van het Comité van Waakzaamheid over Etta in  de Decreten van de Provisionele Representanten van t Volk van Holland. Daaruit citeert Colenbrander gedeelten, maar de volledige tekst van dat rapport heb ik uit de Decreten en staat hier.
L
De derde bron is de Archives Nationales série T (séquestre) no 364, met de stukken die in 1794 in haar woning aan de Rue Favart in beslag zijn genomen. Colenbranders weergave van die stukken heb ik op deze pagina gezet.


LII
In een noot meldt colenbrander nog twee korte briefjes van Van de Spiegel aan Wilhelmina van Pruisen over Etta, waarvan hij de vindplaats niet meldt maar die hoogstwaarschijnlijk uit het koninklijk Huisarchief komen:
● een briefje dd 2 januari 1790 over Etta's tweede boek, zie hier;
● en eentje van 28 maart 1790, zie hier.
XLVII
Gunstig oordeel van van de Spiegel over Brantsen. "Hij heeft een eigen fonds van bekwaamheid, dat niet veel menschen grooter bezitten", schrijft van de Spiegel den 5den Mei 1794 aan den Prins. -- Brantsen had ook zijn entrée's in patriotsche kringen te Parijs: zoo dineerde hij 14 Mei '89 bij Abbema en kort daarna bij den bankier van den Yver, beide malen in gezelschap van Valckenaer; "het discours was er zeer patriotsch" schrijft deze laatste aan Dumont-Pigalle over het diner bij van den Yver. Den 22sten Mei '89 schrijft Valckenaer aan Dumont-Pigalle: "Je me fie aussi peu a Brantsen que vous, mais il n'ose pas faire grand'chose, ayant mangé son bien avec une danseuse de l'opéra avec laquelle il vit;".

Boek

148
Het begin van de correspondentie tussen Etta en Van de Spiegel, waarbij in een noot die op pagina 148 begint en op pagina 149 doorloopt informatie over Etta gegeven wordt. Zie de tekst van die noot.
149
Stuk 75. Brief van Van de Spiegel aan Etta dd 5 december 1788. Origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 49, zie de transcriptie en een vertaling.
150
Stuk 76. Brief van Van de Spiegel aan Etta dd 30 januari 1789. Origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 49, zie de transcriptie en een vertaling.
151
Stuk 77. Brief van Van de Spiegel aan Etta dd 5 juli 1789. Origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 49, zie de transcriptie en een vertaling..
154
Stuk 81. Kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 18 januari 1790, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie.
156
Noot: stukje tekst van Rudolf Hentzy dd 25 oktober 1789 aan de stadhouder over Etta, op deze pagina met beetje extra informatie over Hentzy.
159
Stuk 84. Gedeeltelijke weergave van een kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 12 februari 1790, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie van de volledige tekst. Volgens een noot hierbij heeft Etta haar vriend Carra in correspondentie met Van de Spiegel gebracht, zie stuk 103.
160
Stuk 84. Gedeeltelijke weergave van een kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 11 maart 1790, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie van de volledige tekst.
161
Stuk 88. Kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 30 maart 1790, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie.
162
Stuk 89. Gedeeltelijke weergave van een kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 16 april 1790, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie van de volledige tekst.
164
Stuk 93. Gedeeltelijke weergave van een brief van Etta van Van de Spiegel dd 15 april 1790, origineel in KH A31 - 1070, zie de transcriptie van de volledige tekst.
165
Stuk 94. Gedeeltelijke weergave van een kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 7 mei 1790, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie van de volledige tekst.
166
Stuk 95. Gedeeltelijke weergave van een brief van Etta van Van de Spiegel dd 24 mei 1790, origineel in KH A31 - 1070, zie de transcriptie van de volledige tekst. Op dezelfde blz begint stuk 96, een gedeeltelijke weergave van een brief van Etta van Van de Spiegel dd 7 juni 1790, origineel in KH A31 - 1070, zie de transcriptie van de volledige tekst.
168
Stuk 98. Brief Etta aan Loustallot, ongedateerd maar rond 1 juni 1790, ibijlage bij haar brief aan de raadpensionaris van 7 juni 1790, uit het Koninklijk Huisarchief, zie de transcriptie.
170
Stuk 99. Brief van Loustallot aan Etta, bijlage bij haar brief van 7 juni 1790, uit het Koninklijk Huisarchief, zie de transcriptie.

Op dezelfde blz begint stuk 100, een gedeeltelijke weergave van een brief van Etta van Van de Spiegel dd 20-21 juni 1790, origineel in KH A31 - 1070, zie de transcriptie van de volledige tekst.
171
Stuk 102. Gedeeltelijke weergave van een kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 4 november 1790, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie van de volledige tekst.
172
Stuk 103. Brief van Van de Spiegel aan Carra dd 25 november 1790. Het contact is vermoedelijk via Etta tot stand gekomen, maar zo te zien wordt het geen blijvende relatie.
173
Stuk 106. Gedeelte van een brief van Van de Spiegel aan Gerard Brantsen naar aanleiding van de arrestatie van Etta, vermoedelijk afkomstig uit NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie.
174
Stuk 107. Gedeeltelijke weergave van een kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 2 september 1791, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie van de volledige tekst.
176-
177

Stuk 114. Bijna complete weergave van een kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 14 juli 1792, origineel in NL-HaNa 3.01.26 - 50, zie de transcriptie van de volledige tekst.
178
Het wordt gevolgd door een artikel uit de Moniteur van 6 juli 1792 waarnaar Van de Spiegel in zijn brief aan Etta verwijst.
180
Van de Spiegel schrijft op 24 augustus 1792 aan Brantsen dat er een besluit is genomen dat 'suspendeert de ministerieele functiën van den Heer van Berkenrode te Parijs'.
Etta heeft dat te horen gekregen via een briefje dat Van de Spiegel met de koerier heeft meegegeven, maar dat briefje is niet bewaard gebleven.
184
Als citaat, zonder dat wordt vermeld waar het vandaan komt, wordt hier over Etta als zij te Den Haag aankomt gesproken als 'de rumoerige vriendin van beide Republieken'..
Stuk 123 is een briefje van Van de Spiegel dd 3 november 1792 over Etta's aankomst aan de stadhouder, met daarop door de stadhouder gemaakte aantekeningen, zie de transcripties.
185
Stuk 124 is een voorstel van Van de Spiegel dd 4 november 1792 voor een antwoord op de vragen die Etta namens Frankrijk gesteld heeft, stuk 125 is de reactie van de stadhouder daar op dd 5 november 1792, zie de transcripties.
186
Stuk 126. Brief van Etta dd 6 november 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie.
187
Stuk 127. Brief van Etta dd 9 november 1792 aan minister Lebrun, zie de transcriptie
188
In een noot wordt gemeld dat de stadhouder op 7 november 1792 een briefje stuurt aan raadpensionaris Van de Spiegel waarin hij meldt Etta 'hedenavond' te willen spreken in de antichambre van de prinses. 
188
Stuk 128. Brief van Etta dd 12 november 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie.
189
In een noot wordt gemeld dat Van de Spiegel op 11 november 1792 aan de stadhouder schrijft: 'Madame d'Aelders heeft een goed gedeelte van den avond mij opgehouden.'
190
Stuk 129. Brief van Etta dd 16 november 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie. In een noot wordt geciteerd uit een brief van minister Clavière aan Etta dd 22 november 1792, waarvan een afschrift op 27 november door raadpensionaris Van de Spiegel aan de stadhouder zou zijn gezonden, zie de transcriptie.
191
Stuk 130. Brief van Etta dd 20 november 1792 aan minister Lebrun, zie de transcriptie
192
Stuk 131. Brief van Etta dd 23 november 1792 aan minister Lebrun, zie de transcriptie
193
Stuk 132. Brief van minister Lebrun aan Etta dd 26 november 1792, zie de transcriptie. Volgens een noot op deze blz heeft zij op 5 november 1792 aan minister Clavière geschreven dat ze een zeer kostbare reis heeft gehad, meldt ze: 'Il est impossible que je vive ici avec la plus grande économie a moins du 10 florins par jour' en vraagt ze om een gedeelte van het toegezegde geld.
194
Stuk 133. Brief van Etta dd 27 november 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie. .Deze blz begint ook stuk 134, een brief van Etta aan minister Clavière van dezelfde datum, zie de transcriptie.

In een noot staat een brief van Lestevenon van Hazerswoude aan Valckenaer van 5 januari 1793, zie de transcriptie.
195
Stuk 135. Brief van Etta dd 30 november 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie. Deze blz begint ook stuk 136, een brief van Etta aan minister Lebrun dd 4 december 1792, zie de gedeeltelijke transcriptie.
196
Stuk 137. Brief van Etta dd 7 december 1792 aan minister Lebrun, zie de transcriptie
197
Stuk 138. Brief van Etta dd 11 december 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie.
198
Stuk 139. Brief van Etta dd 12 december 1792 aan minister Clavière, zie de gedeeltelijke transcriptie.
199
Stuk 140. Brief van Etta dd 14 december 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie.
200
Stuk 141. Brief van Etta dd 21 december 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie.
201
Stuk 142. Brief van Etta dd 25 december 1792 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie. Op dezelfde blz begint stuk 143, haar brief aan Lebrun van 28 december 1792, zie de gedeeltelijke transcriptie.
202
Stuk 144. Brief van Etta dd 3 januari 1793 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie.
203
Stuk 145. Brief van Etta dd 4 januari 1793 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie.
203
Stuk 146. Brief van Etta aan minister Lebrun van 11 januari 1793, zie de gedeeltelijke transcriptie.
204
Stuk 147. Brief van Etta dd 22 januari 1793 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie. Op dezelfde blz begint stuk 148, haar brief aan Lebrun van 12 februari 1793, zie de gedeeltelijke transcriptie.
205
Stuk 149. Brief van Etta dd 3 april 1793 aan minister Lebrun, zie de gedeeltelijke transcriptie.
205
Stuk 150. Brief van Etta aan minister Lebrun van 30 april 1793, zie de gedeeltelijke transcriptie.
206
Stuk 151. Kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd
207
Stuk 152. Hier begint een lang verslag (tot en met blz 220) van Van de Spiegel over Franse zaken in het begin van 1793. Zie een aantal notities over interessante kwesties/citaten daaruit.
286
Op 15 november 1792 schrijft (in stuk 215) de Engelse ambassadeur: 'As to the danger from without, the Pensionay has (I suspect) some secret communication with Clavière and Lebrun, which satisfies him that nothing offensive is to be apprehended from the Conseil Exécutif.' In een noot wordt gemeld dat Van de Spiegel in overleg met de stadhouder in algemene termen aan de ambassadeur had verteld over zijn contacten via Etta.
300
Stuk 217. Brief van Etta aan Lebrun dd 21 mei 1793, zie gedeeltelijke transcriptie.
301
Stuk 218. Brief van Etta aan Lebrun vanuit Amsterdam dd 4 juni 1793, zie de gedeeltelijke transcriptie. Op dezelfde bladzijde begint stuk 219, een notitie over Etta door een klerk van het Franse ministerie van Buitenlandse Zaken dd 11 augustus 1793 ten behoeve van de nieuwe minister Deforgues, zie de transcriptie.
302
Stuk 220. Brief van de nieuwe Franse minister van Buitenlandse Zaken Deforgues aan Etta dd 12 augustus 1793, zie de transcriptie.
303
In de noot wordt vermeld dat Etta schrijft aan de nieuwe Franse minister van Buitenlandse Zaken Deforgues op 28 augustus, 2, 5, 12, 15 en 21 september: 'Op dien van 2 Sept. na, waaruit wij iets opnemen, zijn al deze brieven volmaakt onbelangrijk, als te nanwernood iets inhoudende dan haar verlangen naar vrede tusschen haar «beide vaderlanden»..
Stuk 221 is een deel van die brief van 2 september 1793, zie de gedeeltelijke transcriptie.
In de noot wordt een klein stukje geciteerd uit de brief van Deforgues van 5 oktober 1793 waarmee hij haar de laan uitstuurt, maar het origineel van die brief bevindt zich bij de stukken van het vierde verhoor door het comité van waakzaamheid, zie de transcriptie.
333
Stuk 250. Een notitie van Röell uit Amsterdam aan Van de Spiegel, februari of maart 1794, met daarin: "Mevrouw Aelders die zich lang in 's Hage opgehouden heeft en zich thans alhier bevind, hoezeer eene beminnelüke en aangename vrouw, verdient echter almede met voorzichtigheid en oplettendheid te worden behandeld.
Men twijfelt of zü niet van de eene of andere zijde gebruikt wordt, en zij is zekerlijk intriguant."
339
Stuk 255. Brief van Hugo Gevers aan Robespierre dd 25 maart 1794 met emmers vol stroop en de aanmaning Nederland binnen te vallen en te bevrijden. Niet door mij opgenomen.
398
Stuk 286. Brief van Etta aan de stadhouder dd 30 juni 1794. In RGP1 slechts gedeeltelijk gepubliceerd, zie de transcriptie van de volledige brief uit het KH.
398
Stuk 285. Reactie op de brief hierboven door de stadhouder aan raadpensionaris Van de Spiegel dd 7 juli 1794, zie de transcriptie samen met de hieronder vermelde reactie van Van de Spiegel van dezelfde dag.
400
Stuk 287. Reactie van Van de Spiegel dd 7 juli 1794 op het hierboven genoemde briefje van de stadhouder, zie de transcriptie samen met de notitie van de stadhouder.
402
Stuk 291. Brief van Etta aan Van de Spiegel dd 8 juli 1794, teruggevonden in het archief van de stadhouder A31-986. Met bijgevoegd een notitie. Zie de transcriptie van de volledige brief en notitie.
In de noten geeft RGP1 informatie over Choudieu, plus diens tekst over Etta (door mij elders geplaatst). Plus: 'De 'société fraternelle entre les deux sexes'.vergaderde naast het lokaal der Jacobijnen; o.a. verscheen er Théroigne de Méricourt. Het was een andere bijeenkomst als de meermalen in onze aantekeningen genoemde 'Cercle Social' van Fauchet, waar ook vrouwen kwamen; deze vergaderde in het Palais Royal (Avenel, Cloots I, 224).'











Je bent hier: OpeningBronnen → RGP1