TRANSCRIPTIE van het proces-verbaal van de vrijlating van de gevangenen in Woerden op 20 december 1798, uit NL-HaNa 3.02.04 invnr 123

Bij dit verslag van de kamerbewaarder Ente is gevoegd een verklaring van Bentinck van Rhoon en zijn knecht dat ze hun paspoorten hebben ontvangen, en een schriftelijke verklaring van Laurens van de Spiegel die onder de tweede rode streep is afgedrukt. Eerst het verslag van de kamerbewaarder Ente:


Voor het land

Ingevolge de resolutie van de Commissie van Binnenlandsche Correspondentie, uit het Intermediair Admnistratief Bestuur van het voormalig gewest Holland, gebomen op woensdag den 19 December 1798 het vierde jaar van de Bataafsche Vrijheid,

heb ik onderget., Kamerbewaarder van gem. Bestuur, op donderdag den 20e December daar aan volgende, des namiddags omtrent twee uuren mij bevonden op het Kasteel te Woerden, en aldaar volgens Decreet van Amnestie genomen bij het Wetgevend Lichaam op den 12 December l.l. de personen aldaar gecustidoeerd, uit hunne detentie ontslagen en volgens ?? op vrije voeten gesteld.

Waarop den Burger L:P: van de Spiegel mij antwoordde: Ik neem het ontslag aan onder reserve zo als ik aan den burger Costerus heb gezegt, en aan hem in geschrifte overgegeven.

Den burger Bentinck van Rhoon gaf tot antwoord: Als een eerlijk man, van geene misdaad bgewust, neem ik mijn ontslag aan, dog niet uit kragte van eenige artikelen in de amnestie vermeld.

Eindelijk gaf de burgeresse wed. Palm geb. Daalders tot antwoord: Leve de vrijheid en de Republiek des Bataafsche volk. Ik aanvaarde mijne vrijheid met blijdschap.

Voorts heb ik aan gem. Bentinck en aan zijn knegt Cornelis Franke de verleende paspoorten ter hand gestelt gelijk blijkende er uijt het nevensgaande recu.

Relateerende dit mijn wedervaren te zijn.

A. Ente


De ondergeschreeven verklaart, het ontslag uit zijne bijna vierjarige gevangenis, te accepteeren als een Regt, hem en alle onbesproken ingezetenen des lands competeerende, en door de tegenwoordige Constitutie opnieuw ingeroepen en bevestigd;
maar geenzins als een gratie, of vergiffenis, uit een generale amnestie voortspruitende, welke hij, als zig van geene misdaad bewust, noch ooit van misdaad wettig beschuldigd zijnde, vermeent niet noodig te hebben.
Woerden den 20 December 1798
L.P. van de Spiegel.


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.02.04 → vrijlating