TRANSCRIPTIE van een ongedateerde brief van Etta uit Woerden, die omdat ze verwijst naar de coup van 22 januari wel uit 1798 moet zijn, vermoedelijk in mei, uit NL-HaNa 3.02.04 invnr 123

Het zijn vier dichtbekrabbelde vellen. Zoals in de kop gezegd moet het 1798 zijn, want in andere jaren is er bij mijn weten op 22 januari niets bijzonders gebeurd. Onderstaande transcriptie heb ik een tijd geleden gemaakt en is NIET gecorrigeerd. Ik heb er zelf wat komma's ingezet, want die waren in het origineel niet te bekennen, en interlinies en regeleindes.

Met '7b' bedoelt ze september, Pit is de premier van Engeland, over artikel 29 van de nieuwe 'constitutsie' zie hier. Het Nederlands gaat haar moeilijk af. De brief is niet ondertekend, maar omdat hij zich in het archief van het Intermediair Administratief Bestuur over het voormalig Gewest Holland bevindt, moet hij wel verzonden zijn.


Burgers bestuurder


De geregtigheid is de eerste en grootste van alle morale deugden, sij is de grondzuil der vrijheidt, en heeft haar zeetel op den 22 januari laastleeden gevestigt in t midden van den Raadt der Bestuurders van de Bataafsche Republiq.

T is dus met een gegrondt vertrouwen, Burgers Bestuurders, dat eene eensame en deerlijk onderdrukte burgeresse zig met schuldige eerbied tot u wend om regt en geregtigheid smeekende,

zeedert meer dan 3 jaaren van mijne vrijheidt, mijn eigendom en inkomsten beroofd hoewel niet in vijandelijke landen geleegen maar in Vriesland in frankrijk en in noordamerica, so is mij eevenswel niet gepermitteerdt geweest om de minste informatsi van te neemen, zelf niet bij die geene an wien mijn in 7b 1795 gepermiteerd wierd een procuratsi te zenden, hoewel die genereuse vrind een onbevlekt Republicain en een Representant der zo gloririjke Republiq wiens trouw en vriendschap het sterkste bolwerk van de op den 22 Jan: laatsleeden herboorne Bataafsche Vrijheid is, daar de ander hier sijnde arrestanten niet alleen in t volle bezit hunner eigendom maar zelfs met hunne familien, niettegenstaan er van in vijandelijk land in dienst zijn, te kunnen correspondeeren, daar ik door die privatsi niet alleen van de onontbeerlijkste noodwendigheeden berooft ben maar nog bevreest alles te verliesen en den avontstondt mijnes leevens in bittere armoede te sien gedompelt; en wat toch is mijn crime.

Waarmeede ben ik beschuldigt en wie is mijn beschuldiger, noojt heb ik mogen gewaar worden, dan alleen mij door de burger Hugo Gevers in presentsi van 3 persoonen is beleeden hij oorzaak mijner arresteering was en zeedert verscheiden jaaren hij mijne conduite had laaten observeeren; ongelukkig het volk wiens representant

(vel 2)

het eerst ogenblik zijner magt en influentsi gebruikt om zijn personele haat te voldoen?

Maar burgers bestuurders, welke eene gewigtige attestatsi van mijn onbevlekt gedrag, dat verscheiden jaaren espionage en den Haat van die burger niets tot eene geregtigden accusatsi heeft kunnen voortbrengen, daar ik integendeel kan toonen meer dan een honorable getuigenis van civisme waar meede ik vereert ben geweest door burgers en burgeressen uit differente departementen van de zo gloririjke franse Republik en hoewel de haat van de burger Gevers voor mijn zo ruïneuse als zielsgrieven effect heeft gehadt; mij onder de vrinden van Pit geconfondeert te sien, en door haar en haare creaturen in mijne gevangenis alhier de allerzielverneederenste vervolging heb moeten ondergaan?

totdat de commissie van de eerwaardige burgers Chandon en Ris in laastleeden mijne zoo deerlijke situatsi hebben gelieven te verzagten; zoo heeft de tijd doen zien welk patriottisme die burger bezit;  en den haat van aristocraten oligarchisten dispotisten hoe funest ook mag zijn, zal ik altijd als een eere ansien;

Ik weet wel dat in tijden van revolutsi de beste patriotten zomtijds door haat en nijd belastert, slagtoffers van intriguanten zijn geworden.
ah? Hoeveel goud en list heeft den vijand aller braven, den infame Pit niet gebruikt om de beste patriotten verdagt te maken en den ene patriot door den ander te doen vermoorden?

Dog ik vertrouw dat de haat van die burger mij ten nadele zal kunnen verstrekken bij Waare Vrinden van t vaderland en van een wel geordende volksregering gevestigt op de natuurlijke regten van de mensch Vrijheid, Gelijkheidt, principes die in de grond mijnes herten gegravuurt en aan wien ik trouw en hulde heb gezwooren op het altaar der vrijheid in mijn geadopteerd en teeder gelieft vaderlandt en mijne eden verslijten niet, die principes bennen immers ook de uwen, Burgers Bestuurders, en zijn de gezeegende gronden waarop de (doorgehaald: Bataafsche) Constitutsi gevestigt is, en aan wien ik voor t alziend oog van Godt betuige getrouw en gehoorsaam te zullen zijn als geboorn burgeresse der Bataafsche Republiq;

dus vertrouwe mijn ook gepermiteerd is het 29e article van de algemeene grondbeginselen dier gezeegende constitutsi voor mij te moogen reclameeren.

(vel 3)

Burgers Bestuurders wat tog is mijn misdaad?

Een vrouw te zijn, maar een vrouw an wien het uitvoerend bewind met voorkennis van het comité de Salut Publiq der Nationaale Conventsi van de fransche Republiq een vereerende commissi anbiedt en na haar angeboorn vaderland zend om an het gouvernement ?? ambassadeur op ontboden had onder voorwendsel niet geaccréditeerd bij de Republiq te zijn maar bij de koning; om  hun te vragen of zij de franse wilden erkennen men alsdan een minister zoude zenden;

dus zonder eenige opoffering dezelfde voordeelen te genieten ?? handt door den oorlog zoo veel ?? bloedt en de ruïne van soo veel ingezeeten in de frontierplaatsen gekost, want de nationaale conventsie had door een decreet vastgesteld in alle landen waar de vrijheidt onderdrukt was dezelve te souteneeren, de eigenhandige bewijzen van het anbodt dier commissi door de ministres de Claviere en LeBruin waaren onder mijne papieren toen ik gearresteerdt wierd, en durf in deezen het équitable getuigenis van de Burger Bestuurder Fijnje inroepen.

Maar een vrouw die stiptelijk en getrouwelijk haare instructien is nagekoomen zonder zig in eenig intrique cabaal of partie in te laaten, die bewijsen kan de couragie gehadt te hebben, toen in 1794 de burgers Audebert Caille en fontibert consuls der fransche Republiq door Attrelone(?, zal zijn: Athlone) te Utrecht zoo verraderlijk wierden gearresteerdt en gevangen naar Den Haag gezonden en men se naar Engeland wilde doen transporteeren om Pit te believen, om door de procureur Van Son voor haar an gecommiteerde raaden een request te doen presenteren om die burgers te moogen zien en voor hun het regt der volken bij t corps diplomatiq heeft durven reclameeren en de daarop gevolgde list en intrique door den Engelschen ambassadeur in t werk gesteld om haar door geld en dreigementen den Haag te doen quiteren, grootmoedig heeft durven veragten, en zig nog durft vleijen de dag te zien ontluiken dat zij an het frans gouvernement zal mogen bewijsen dat zij an die republiq en haare glorieuse verdeedigers van essentiel nut is geweest.

(vel 4)

en niet alleen in haare vrije tijd maar zelfs in haar moraltombeau(?) nog an haar belofte heeft soeken te voldoen om ten nutte van de morale en nationale educatie van de zoo interessante als door wet en vooroordeel benadeelde sexe werken,

een vrouw die kan bewijsen staande te zijn gebleeven waar groote mannen gevallen zijn,

zulken vrouw kan zeekerlijk door mannekens benijd en gejalouseerdt worden, maar mannen van verstand, moed en eer, waardige Republicaanen van den 22 january kunnen niet dan met genoegen beschouwen hoe grootmoedig de franse natsi door t fanaal(?) de philosophie voorlicht alle zoort van voordeel zoo destructif voor s mensen geluk, ten eenemaal heeft verplet en moedt en vernunft en courageest waar en in wie sij gevonden word sonder onderscheidt van persoon of sexe

Eerbiedwaardige Burgers bestuurders

ontfermt u mijner, laat regt en geregtigheidt mij mijne vrijheidt terug geven, gelieft te considereeren, dat ik alleen in de wereldt vreemdeling in mijn vaderland van alle troost en hulp berooft, zelfs de allernootwendigste behoeften ontbeer, mijn linnen en kleederen in mijne langdurige gevangenis versleeten en door t gemis mijner inkomsten niet kunnende remplaceeren en wat zal er van mijn worden indien ik alles verlies, ik meende gezorgt te hebben om gerust in eene ordentelijke aisance te kunnen leven totdat den Albestierder mij tot stof zal doen weederkeeren en nu an den avonstond mijnes leevens van alles ontbloodt, wie zal mijn te hulp koomen?

Ik ondervinde helas de maxime der zo deugtrijke Seneque “que le plus grand des maux, c'est de sortir du nombre de vivans avant de ??”

Ah Burgers Bestuurders, wilt mijne totale ruine verhoeden en wel versekert zijn ik incapabel ben door woorden of daden iets te beogen strijdig met het geluk mijns vaderlandts of schuldige erbied an de wet en bestuurders der Republik


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.02.04 → brief mei 1798