TRANSCRIPTIE van een niet zo lange en beetje vermoeid klinkende brief van Etta uit Woerden, gedateerd 30 april 1798. uit NL-HaNa 3.02.04 invnr 123


Woerden den 30 april, 1798

Waarde Burgers!

Gelieft te permitiere an een eensame en onderdrukte burgeresse zig in u gunstig andenken te mogen herinneren;
zeedert bijna drie maanden, dat ik de vrijheidt heb genoomen Ued een quitansi van 137-10 betaalbaar zeedert laatstleeden maant van december door de burger A. J. de Sitter, geen antwoord bekoomen hebbende, zoo vrees ik Ued zoo menigvuldige en gewigtige beezigheden niet toelaaten mij in desen uwer protectie te verleenen
dog door de dwingende noot geperst, zoo smeeke Ued an de burgeresse J: Gedet te willen permiteeren om met mijne quitansi bij de burger A. J. de Sitter te moogen toegelaaten worden om hem mijn zoo zeer benodigde penningen te doen betaalen.

Ah! Burgers bestuurders gelieve U te herinneren dat ik zeedert bijna drie jaaren van mijn vrijheidt berooft en alle mijne eigendom en inkomste ben verstooken, zonder ooit te kunnen weten wat ten mijnen laste was, dan allen door Hugo Gevers gehaat te zijn en oorzaak mijner arrest is geweest volgens zijn eigen zeggen.

(vel 2)

Ik zie dagelijks in de couranten dat onze waarde volksvertegenwoordigers niet alleen an gevangene onder beschuldiging permiteeren om hun requesten voor haar vrijheid mogen zenden, zou ik eensame onderdrukte ook niet hunne regtvaardig meededogen mogen afsmeeken, Ah waarde burgers laat regvaardigheidt mij niet langer ontzegd worden; alleen in de wereld vreemdeling in mijn vaderlant, mijn haat tegen aristocratie mijne principes voor de vrijheidt égaliteit zijn geen problème, de luisteryke franse natie heeft se door publike eereteekens erkent, vergunt mij bidde ik ootmoedig uw medelijden, opdat ik eindelijk eens mijne vrijheid moge erlangen, mijn erkentnis zal tot laatste ademhaaling onwrikbaar zijn

Ben met schuldig respect
Waarde burgers
Uw onderdrukte landgenoote
wed: Palm geb. d'Aelders

PS Vergeeft bid ik waarde burgers mijne faut van stijl zedert 30 jaar ongewoon in mijne moedertaal te schrijven zoo ben ten eenemaal vervreemt met de gewoone uitdrukkingen


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.02.04 → brief 30-04-1798