TRANSCRIPTIE van een brief van Etta uit Woerden, gedateerd 8 april 1797 met een kopietje van de verklaring uit Creil, uit NL-HaNa 3.02.04 invnr 123

Op de omslag is in een ander dan Etta's handschrift geschreven:
commissie van binnenlandsche correspondentie 14 april 1797
En elders op de omslag, moeilijk leesbaar:
Copie extract en memori Anney

Op de brief zelf is geschreven:
In handen van de Commissie voor Binnenlandsche Correspondentie om advies den 14 april 1797
?? van t Prov Committé van Holland,
J.F. Leemans

Hieronder de transcriptie. Met '8b' bedoelt ze oktober, met '9b' november, met haar eigendom in Friesland zal ze doelen op de schuld van Jan Munniks, wat ze in Noord-Amerika bezit zou ik niet weten. Voor het gemak heb ik wat komma's en andere leestekens, en interlinies toegevoegd, wat onderstreept was heb ik vet gemaakt.

Vel 7 is een kopie van het 'Extrait du registre des déliberations de la municipalité de Creil-sur-Oise', maar dat heb ik niet getranscribeerd, dat staat al hier.


Burgers Verteegnwoordigers van t Volk van Holland

De geregtigheidt is de eerste en grootste van alle morale deugden, zij zal de grondzuil Uwes bestuur zijn, dus wende mijne smeeking met eerbied en vertrouwen tot u burgers verteegenwoordigers, gelieft een oogenblik uwe attensi vergunnen om een onderdrukte burgeresse, alleen in de wereldt, vreemdeling in haar vaderlandt, zeedert bijna twee jaaren van alle haare eigendommen verstooken en van haar vrijheidt berooft, zeedert veertien maanden van alle hulp troost en bijstand berooft en als een boosdoender opgeslooten zonder met eenig sterveling te mogen spreeken, en nooit hebben kunnen gewaar worden wie haar beschuldiger of wat er ten haare beschuldiging is gebragt;

Vergeeft, bid ik, burgers vertegenwoordigers, zo niet an gewoone stijl of uidrukking mogte gehoorsamen, 24 jaaren uilandig geweest zijnde ben ik mijn moedertaal geheel ontvreemt, geboorn en opgevoet in de provintsi van stadt en lande dog zeedert mijn eerste jeugt in Paris woonagtig, een blijk van mijn zeedelijk gedrag is te kunnen bewijsen, gelieft en geestimeert te zijn geweest bij die classe van inwoonders die de publijke agting waardig bezaaten, en altoos de protectie an mijn vergunt zonder interest voor ongelukkigen te hebben gebruikt, ?? bennen nog blijken van te produceeren, ook hebbe ik t geluk gehadt mijne swakke pogingen ten nutte van de minst bevoordeelde sexe voor een morale en nationale educatsi te sien goedtkeuren en door een formeel decreet van de conventsi der fransche republiq bevestigen.

(vel 2)

Maar zelfs door verscheidene publique eereteekens, door municipaliteiten burgers en burgeresses beschonken waarvan de bewijzen nog in mijn handen zijn en een hierbij mag voegen

In 8b 1792 het gouvernement der vereenigde provintsien tegelijk met dat van Engelandt hunne ambassadeur uit Paris terug roepende onder voorgeeven zijne credentialen bij de koning zijnde hij nieuwe credentialen moest hebben om bij de republiq te ageeren, en dus de fransche republiq eerst erkend moest worden;

de minister Claviere quam mij voorstellen of ik mijn wilde schargeeren met een commissi naar holland, en uit naam van t frans gouvernement an dat der verenigde provintien te vraagen of zij de franse republiq wilden erkennen en een ministre van t zelfde ontvangen, hierdoor zult gij een bloedige oorlog tussen u beide vaderlanden voorkoome, voegde hij er bij:

weinig konde op mijn gemoed influeeren een gelukkig en vergenoegt leeven te verlaaten,
in een hart saisoen de nabuurschap van twee groote armeen door reisen, mijn an gevaar, verdriet en onangenaamheeden bloot te stellen
Ik dagt de vrouwen en kinderen mijner medeburgers en landgenooten te hooren roepen: zult g aarselen u op te offeren om zo mogelijk het bloedstorten voor te koomen?

De volgende dag onfing ik een billietje t welk nog onder mijne papieren rust, van de minister Claviere waarvan t hoofdzaakelijke “gij moet u bij de minister der buitenlandsche zaaken begeeven en met hem t arrangement voor u reis naar Holland neemen – t uitvoerent bestuur heeft u per maant driehondert livres tot vergoeding uwer kosten toegelegt zoo lang gij in Hol: zult zijn”;

mijne orders van de minister en t comité van t salut publiq ontfangen hebbende, als ook mijn paspoort, ben ik den 21 october van Paris vertrokken en den eersten 9b 1792 in den Haag gearriveert en de volgende dag mijne commissi bij den Raadpensionaris afgelegt, en sijn negatif dog bewimpeld, officieel antwoord door een expres over duinkerken direct na Paris versonden

(vel 3)

den 3 fb de oorlog tussen Republiquen verklaard sijnde, heb ik order gekreegen van t frans ministerie in de Haag te blijven alzoo ik van nut kont zijn en heb an de minister geantwoord gelijk de lacedemoniers aan Antipater: “gij kunt mijn opleggen alle lasten hoe swaar, hoe gevaarlijk hoe schaadlijk sij mogen zijn, maar geen oneerlijke, ik zal eer ophouden te leeven dan verraat, laagheid of schandelijk bedrijf te bewerken”;

ik heb ook van nut geweest dog zoo als het betaamt an een edelmoedige ziel getrouw an zijne gezworene principes van Vrijheid, Gelijkheidt en menslieventheid, en hoop de Heemel mij vergunne daarvan bewijzen an de beide natien nog te mogen doen kennen.

en hebbe in de grootste afzondering geleeft totdat de gloririjke fransche helden in den Haag zijn gearriveerdt, heb ik mijn terstond bij hun chef en de commissarissen van de conventsi gevoegt, om een paspoort voor mijn vertrek naar Paris te vragen, dog ten antwoord dat best zoude zijn tot na de vreede tussen de beide republiken uittestellen, maar helas de volgende dag van dat gewenst verbondt ben ik gearresteerd en na 9 maanden in de Castelenie in arrest, na Woerdens Casteel getransporteerd en aldaar als een boosdoender opgeslooten, hoewel het comité van waaksaamheid mijn had gepermitéerdt in de Castelenie en ook hier belooft te mogen hebben een meid of een jonge burgerest wiens ?? vriendschap mijn te hulpe wil zijn in mijne harde gevangenisse; permissi gecludeert door t voorig committé provincial, hoewel an de Heeren van de Spiegel en Rhoon gepermitteerd haare talrijke familien etc: dagelijks te mogen zien en bij zig hebben; de Castelein, intime vriend van die Heeren, heeft mijn bij t Committé door logen en laster swaart gemaakt en om reeden, zodat de commissarissen van der Kun en Brouwer verleeden zoomer hier geweest zijnde, na alles an anderen geaccordeert te hebben mijne klagten niet hebben hooren willen en een verneederend stilswijgen opgelegt, en alle mijne

(vel 4)

brieven waar in de minste schets van mijn lijden is worden opgehouden; in fb laatsleeden is hier nog een commissaris van t comité geweest en na visite bij de heren van de Spiegel en Rhoon en de Castelein heen gegaan zonder mijn te willen zien, ik ben verseekerd dat men niets zal gespaart hebben mijn swart te maaken.

Hoe kan een regter vonnissen als hij een partij hoort, en wat tog kan men mij te laste leggen alleen opgeslooten zonder jemant zelfs uit het huis te spreeken als de burger Nieuwenhuis opsigter bij Rhoon door de provisioneele representante genoemt, die met een meid mijn eeten komen brengen op de tafel neerzet en heen gaan, ik laat an zijn getuigenis over of ik een quadaartig mens ben, onder hondert getuigenissen dien ik in staat ben te produceren zal ik maar die van 19 maanden verblijf bij de burger Tak in de Hofstraat in s Hage invoqueeren, maar de conscientsi van de Castelein, zegt hem dat indien ik ook gehoord en er ook regt voor mijn zoude te krijgen zijn, zo zoude de verontwaardiging publijk zijn deel kunnen krijgen.

Laat mijn gepermiteerd zijn burgers verteegenwoordigers maar eene van de menigvuldige verongelijking an mijn gedaan te moogen daarstellen, ik heb zeedert 10 maanden versogt en zelfs an den Hr Costerus erom geschreeven om een spijker te mogen in de muur laaten slaan om een klokje op te hangen en zeedert meer dan drie weeken bennen een menigte arbeiders besig een tuinhuis op s lands kosten ten plaisier van de Heeren en haar geselschap te bouwen, zonder van alle andere dingen te haare plaisier gemaakt te spreeken;

ik heb een swaare siekte gesweer in t hooft gehadt zonder doctor chirurgijn of jemant op te passen te mogen erlangen,

ah! waarde bestuurders indien gij de helft van mijn lijden wist, u edelmoedige ziel zoude met innerlijk meedelijden zijn angedaan, versoeke ootmoedig dat mijn brieven an t commité niet door Mr. Costerus of de Castelein geopent en terug gehouden moogen worden en mijn gepermiteerd jemant tot hulp bij mijn te mogen erlangen alzo door zware zenuwpijnen gefolterd ben.

(vel 5)

En na mijn eigendom ter friesland, in frankrijk en Noordamerika mijn te moogen informeeren, als mede an de procureur van de Sande te gelasten mijn de penningen door hem van t verkoop mijne meubelen en nog 120 gul huur door hem voor mijn (door t comité gelast) te ontfangen moge toezenden, ik kan bewijsen voor sevenhondert guld an meubelen in den Haage gekogt, en kan nog reekenschap nog geldt van den procureur verkrijgen, en dat mijn mag gepermiteerd zijn an mijn naaste bloedverwand de burger A:J: de Sitter,  lid van de Bataafse Nationale Vergadering te mogen schrijven zonder dat mijne brieven al hier mogen opgehouden worden, burgers verteegenwoordigers, Mr. Rhoon wiens broers in de engelsche en oostenrijkse armées tegen ons vaderland en vrijheid vechten, mag zijne geheele familie dagelijks te zien en ik mag mijn volle neef, met vertrouwen zijner medeburger vereerdt, niet zien, nog schrijven, Brutus stervende riep uit: “a vertui tu n´est donc qu´un vain mot”, maar zoude mijn ook niet gepermiteerd zijn te zeggen: “o regtvaardigheid, o gelijkheid ,gij zijt dan maar een groots woord.”

Burgers verteegenwoordigers, ik bidde ootmoedig te moogen weeten wat er ten mijne beschuldiging is; en wien mijn beschuldenaar, de Castelein onder wiens opzigt ik zugt heeft mij in presentisi van de burger Nieuwenhuis en de keukenmeid gezegt dat de Heeren Commissarissen hem hadden gezegt dat ik een fransche spion was en en daarom bewaard wierd, zeekerlijk zullen Heeren Commissarissen zuls niet gezegt hebben tenzij door een wettige anklagt hier toe eenigsints geregtigt; smeeke dus ootmoedig mijn vergunt mag worden van zulke hoonende beschuldiging door onwederspreekbaar proeven mij te suiveren, mijn lasteraars te logenstraffen, ofwel eene regtvaardige

(vel 6)

straffe te ondergaan; t is waar ik ben met de onwrikbare banden van eene gevoelige ziel an de fransche republiq en principes waarop zij gegronvest is, verkogt; en de vrinden en agenten van Pit heb ik daar meer dan eens gevoelige blijken van geegeven, maar indien mijn hart de crimineele sentimenten had kunnen voeden om an de vrijheidt en onafhanklijkheidt van mijn vaderlant waarvoor t bloedt mijner voorsaaten soo luisterijk heeft gestroomt, te benadelen, mijn eigen hand zoude zulken snood bedrijf in mijn bloedt gesmoord hebben.

Waarde burgervaaders gij hebt gesworen de swakke tegen alle willekeurige vervolging te beschermen ik ben verseekert dat de zwakke stem eener eensaame onderdrukte burgeres in de tempel der geregtigheidt gehoor en bijstand zal vinden.

Ben met schuldige eerbied
Burgers verteegenwoordigers
Uwe  onderdrukte landtgenote
wed Palm geboorn d'Aelders
woerden den 8 april 1797

Burgers bestuurders
PS Indien mijne onderdrukkers mogten voorgeeven mijn brieven terug te houden omdat sij onmanierlijke termes bevatten, soo ben bereidt de kopien er van onder uw oog te leggen; de haat, nijd en partisugt heeft die niet door zulke slinkse weegen de sublime morale van den grote Descartes tot zijne vervolging doen dienen, wat kan zij niet teegen een eensame vrouw, wiens mannelijk caracter an de ondeugt kan mishaage dog de deugt die de regten van de mensch erkent zal haar bescherming verleenen.


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.02.04 → brief 08-04-1797