href="../../index.html">Sluiten

AANTEKENINGEN bij het archief van het Intermediair Administratief Bestuur over het voormalig Gewest Holland 1798-1799, NL-HaNa 3.02.04


Het Intermediair Administratief Bestuur over het voormalig Gewest Holland is de opvolger van de provinciale besturen dankzij de staatsgreep van 22 januari 1798. Door de tweede staatsgreep in juni veranderde er een en ander maar niet zo heel veel.

Inmiddels zijn diverse boeken met gedrukte decreten van het Intermediair Administratief Bestuur via Delpher of googlebooks online in te zien.

Net als in de voorafgaande periode, zie hier toegang 3.02.02, vallen de gevangenen in Woerden onder een Commissie van Binnenlandse Correspondentie die zich vooral bezighoudt met de staatsveiligheid.

Het meest interessant zijn dan ook de stukken van deze commissie, de invnrs 76-123. Die zullen terug komen in de (gedrukte) resoluties van het volledige administratief bestuur, maar die doe ik hieronder niet. In de linkerkolom staan de inventarisnummers:

83
Resolutiën van de Commissie van Binnenlandse Correspondentie van 1 - 29 september 1798. Er is maar weer eens een onderzoekscommissie naar Woerden geweest, dit keer bestaande uit de heren Craayenschot en Loosjes. In hun rapport, gedateerd 20 september 1798, is ook sprake van een eerdere commissie, van de heren Monnijé en Wennekers en daarvóór was dan nog de commissie van de heren Chandon en Ris, die in Etta's woorden 'haar lijden heeft verlicht'.
Deze commissie, dus Craayenschot en Loosjes, is 18 september naar Woerden geweest. Eerst hebben ze met Castelein Costerus en ondercastelein Serriere gesproken, mede met het oog op een missive van Seriere van 19 april.
Met Serriere gaat het over de kinderen van vd Spiegel die met Bentink kunnen praten, over het grote getal hoenders dat door Bentink wordt gehouden en de kamer waar Bentink zijn timmergereedschap heeft. Bentink heeft ook een draaibank. En heeft daarmee alles wat nodig zou zijn als hij zou willen ontvluchten.
Met Costerus gaat het over het ontslag van de vorige ondercastelein vd Poll, die de conversatie tussen vd Spiegel en Bentink toegelaten zou hebben zodat ze zelfs wel eens 's avonds bij elkaar aten.

Het enige over Etta: 'Omtrent het locaal, waar zich de wed: van der Palm, geb. d'Aelders bevind, hebben wij niets bizonders te remarqueren; zoo ook niet omtrent hetgeen zij ons heeft te kennen gegeven, dan alleen dat zij, gelijk trouwens ook van de Spiegel zeer content scheenen over de behandeling van den ondercastelein.

Naar aanleiding van dit rapport neemt de commissie op 27 september 1798 een aantal besluiten, zoals dat Bentink niet meer dan 24 hoenders mag houden, dat de kinderen van vd Spiegel, evenals hun moeder, de vrije in- en uitgang wordt toegestaan en dat ene Louisa Denzer bij Bentink op bezoek mag.
86
Resoluties van de Commissie van Binnenlandse Correspondentie. Minuten, 3 december 1798 - 24 december 1798. Enkele losse grepen:

Woensdag 5 december 1798 wordt een verzoek van Bentink om een kachel te mogen plaatsen goedgekeurd

Donderdag 6 december 1798. Brief Bentinck van 5 december waarin hij vraagt waarom de resolutie van 27 september dat L. Denzer een paar dagen bij hem mag blijven niet is uitgevoerd. In de discussie blijkt dat de resolutie van 1 oktober die van 27 september heeft ingetrokken en men gaat balliuw Costerus vragen waarom dat niet aan Bentinck is meedegedeeld;

Maandag 10 december 1798 Costerus was niet lekker rond 1 oktober en had Seriere opdracht gegeven de boodschap aan Bentinck over te brengen; Seriere zegt daarover uitgebreid met Bentinck te hebben gesproken. Bovendien meldt Seriere dat Bentinck tegen de oppasser Coplé had verteld dat hij verzogt had zeker vrouwspersoon bij hem te moogen hebben, maar dat hem zulks geweigerd was.

Extraordinaire vergadering der commissie van binnenlandsche correspondentie woensdag den 19 december 's avonds ten 6 uuren. Er is een 'marginale apostille' binnengekomen, 'waarop gedelibereerd zijnde, is goedgevonden en verstaan, om, ter voldoening aan bovengemelde aanschrijving den kamerbewaarder A. Ente te authoriseeeren en te gelasten, gelijk dezelven geauthoriseerd en gelast word bij dezen, om zich onverwijld te begeeven naar het Kasteel te Woerden, ten einde de persoonen in de missive hier bovengemeld, uit hunne detentie dadelijk te ontslaan; en van zijne verrigtingen, bij deszelfs terugkomst aan deze commissie behoorlijk rapport te doen.

Tweede Extraordinaire vergadering der commissie van binnenlandsche correspondentie woensdag den 19 december 's avonds ten 9 uuren. Iemand komt met paspoorten voor Bentinck en een van zijn domestiqen.

Vrijdag 21 december 1798. Kamerbewaarder Ente levert zijn verslag van de vrijlating in (fiat inserto, zit in invnr 123)  Ze willen van Seriere een opgaaf van kasgeld en meubelen, en van Costerus voorstellen om te bezuinigen op het kasteel.

Zaterdag 22 december 1798. Ente levert zijn rekening in (iets meer dan veertig gulden).

Vrijdag 28 december 1798. Costerus antwoordt op de vraag naar bezuinigingen op het kasteel.
89
Resoluties van de Commissie van Binnenlandse Correspondentie. Minuten, 1 maart 1799 - 29 maart 1799.

Op vrijdag 1 maart 1799 en zaterdag 2 maart 1799 wordt gesproken over Etta en de overleden schipper uit Zaandam.

Later in de maand proberen ze alles af te ronden gezien hun naderende opheffing. Zo zijn er rekeningen van de vorige ondercastelijn, vd Poll, en de huidige, Serriere, en maken ze dinsdag 26 maart 1799 een inventaris, ook van de spullen van de vorige commissies, waaronder het committé van algemeene waakzaamheid. Dat moet een beetje snel anders zouden ze het 'verbazend amas' aan papieren door moeten lezen. Ze merken op dat de notulen van het committé van waakzaamheid niet volledig kunnen zijn omdat ze pas 14 mei beginnen, terwijl het comité al eerder opgericht was, en ze hebben daarover geïnformeerd bij Fijnje als de gewezen secretaris.

In die inventaris zitten bij nummer 8A 'Brieven van de wed. Daelders', en bij 60 'Stukken betreffende de gecustodieerde personen op het kasteel te Woerden van 95 - 98'.

Daarna bieden ze diverse spullen aan aan het Uitvoerend Bewind, waaronder 16 blanco paspoorten plus goudstukken en Franse kronen.

Tenslotte is er op den 26 Maart 1799 's avonds ten 9 uuren een extraordinaire vergadering ter opheffing van de commissie.
123
Stukken ingekomen bij en opgemaakt door de personele commissie uit de Commissie van Binnenlandse Correspondentie betreffende de politieke gedetineerden op het kasteel van Woerden, W.G. Bentinck van Rhoon, de weduwe Palm geboren d'Aelders en L.P. van de Spiegel. Met bijlagen. Met retroacte.

Dit valt onder het kopje: 'Personele commissie betreffende de politieke gevangenen op het kasteel van Woerden', dat onderdeel is van 'Politieke gevangenen en politieke verdachten' dat met enkele niet van belang zijnde tussenstappen uiteindelijk valt onder de Commissie van Binnenlandse Correspondentie.

Bevat diverse instructies, rapporten en brieven, waaronder héél veel van Bentinck. Per juni 1798 wordt de oppasser Nieuwenhuizen aangesteld als bode bij het Uitvoerend Bewind en vertrekt hij naar Den Haag. Daarna wordt meteen aangesteld de burger Copplé, een voormalig uitgewekene van wie baljuw Costerus meldt dat hij hem in Antwerpen en Duinkerken wel eens gezien heeft.

Midden juni komt de nieuwe gevangene De Lange en er is het nodige te doen over diens bewaking.

Per 1 november wordt er ook een portier aangesteld.

Proces-verbaal van de vrijlating door de kamerbewaarder Ente, zie de transcriptie, met bijgevoegd schriftelijke verklaring van Van de Spiegel en een briefje van Bentinck en zijn knecht dat ze hun paspoorten hebben gehad..

Er zijn hier vier brieven van Etta:

● Brief met als datum alleen 19 april, maar gezien de grote overeenkomsten met de brief van 11 april 1798, zie hier, mag aangenomen worden dat het 19 april 1796 is. Zie de transcriptie.

● Brief gedateerd 8 april 1797 met een kopietje van de verklaring uit Creill. Laatste niet getranscribeerd, zie de transcriptie van de rest..

● Een beetje vermoeid klinkende en niet zo lange brief gedateerd 30 april 1798. Zie de transcriptie.

● Een ongedateerde brief, maar omdat ze verwijst naar de coup van 22 januari moet het ergens in 1798 zijn, vermoedelijk ± mei 1798. Zie de transcriptie.

Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNa → Tg 3.02.04