TRANSCRIPTIE van een brief van Etta dd 11 april 1796 vanuit wat zij noemt de donjon van Woerden, uit NL-HaNa 3.02.02 invnr 426

Op de buitenkant van de brief staat een adressering die daarna door haarzelf is doorgehaald. Voorzover nog te lezen stond er eerst:

Petitsie an de Nationale Vergadering van t volk van Nederland.

Daaronder heeft ze een nieuwe adressering geschreven:

An 't comité van algemeen Welzijn van t Volk van Holland.

Daar weer onder heeft de secretaris genoteerd waar de brief uiteindelijk écht naar toe gaat:

In handen van commissarissen tot de binnenlandsche correspondentie om advies, actum 12 . april 1796-
Ter ordonnantie van het Provintiaal Committé van Holland
J.F. Leemans

Ook in de aanhef van de brief heeft ze een correctie gemaakt. Er stond eerst 't Volk van Nederland', wat ze heeft veranderd in 't Volk van Holland'. Tenslotte is er ook een apart bijgevoegde notitie, zie daarvoor helemaal onderaan deze pagina, die deels ook ingaat op de vraag tot wie ze zich moet richten nu het Comité van Waakzaamheid niet meer bestaat.

Bij de transcriptie hieronder is alles letterlijk overgenomen, alleen hoofd- en kleine letters zijn verbeterd en er zijn voor de overzichtelijkheid wat interpunctie, regeleindes en interlinies toegevoegd.


Transcriptie


Burgers Representanten van 't Volk van Holland,


De Regtvaardigheidt is de eerste en grootste van alle morale deugden, zij zal de grondsteen zijn van  't gebouw van Neerlands nieuwe constitutie en van de wetten eener vrije natie, dog zoo lang er geene wetten zijn, zal de regtvaardigheid derzelver plaats vervullen in het hart van Neederlands wetgeevers.

Wettige soeverein van Neerlands volk, Gij hebt voor 't oog van een alziend Godt gezworen de zwakke te zullen beschermen teegen valsche en kwadaardige laster en willekeurige vervolging.

Gedoog dan an een eenzame burgeres, zeeker beswalkt door logentaal van laage zielen, die als nagtuilen in 't donker schreuwen en onder 't masker van vaderlandsliefde hun fenijn uitbraken en an hun persooneele haat voldoen, gedoogt, zeg ik, Burgers Representanten, mij met vertrouwen tot Uw te mogen wenden en in de tempel der geregtigheid te smeeken om justici en bescherming teegens eene onregtvaardige onderdrukking.

Geboorn en opgevoedt in de provinci van Stad en Lande, dog zeedert mijn eerste jeugt in Paris woonagtig, een onteegenspreekelijk bewijs van mijn zeedelijk gedrag is te kunnen bewijsen ten allen tijde en in de verschillende epoques gesien hebbe, en geéstimeerd ben geweest van die classe van inwoonders die het Publicq Estiem waardig bezaten, en als de eersten vernuften wierden angezien, en nog in de laatste jaaren mijne zwakke poogingen ten nutte van de so weinig bevoordeelde sexe angewend, zien goedtkeuren en toejuighen door de Representanten van de Fransche natie en door de Burgers en Burgeressen van differente departementen vereert met burgerkroonen.

Dog eene uitlandigheid van 24 jaaren in eene allergelukkigste situatie had de liefde tot mijn angeborn vaderland niet kunnen uitwissen, niets kon dus mijn ziel doorgrievender benouwen dan een oorlog te sien ontsteeken tussen mijn beide zoo teder beminde Vaaderlanden, die liefde en die vrees was zelfs geen geheim voor alle die mij kenden.

(vel 2)

In den maand van 7bre 1792 wierd den ambassadeur van Holland uit Paris terug ontbooden onder voorgeeven dat zijn Credentialen bij de Koning zijnde, hij nieuwe credelitiallen zoude moeten hebben om bij de Republiq van Vrankrijk te kunnen ageeren die dan eerst door Republijk zoude moeten erkent worden.

Zoo ras 't ministerie zulks te weeten kwam, kreeg ik een bezoek van den ministre Claviere mij zijne verwondering over het rappel van de ambassadeur van Holland te kennen gevende, zeide 't schijnt dat Engeland uw vaderland in oorlog met de Fransche republiek wil sleepen, gij konde zulks soeken voor te koomen en eene reis naar Holland doen en an u vrinden en bekenden die in 't gouvernement zijn, voor oogen stellen hoe zeer het teegen het politiq en commerciaal interest hunner Republiq is, oorlog met de fransche republiq te voeren, en hun vragen of zij de Republiq van Frankrijk willen erkennen.

Zoo zal de Uitvoerende Raad hun een minister zenden om de goede harmonie tussen de beide Republiken te bevestigen en hier door zult gij den oorlog tussen u beide vaderlanden voorkomen.

Ah! Al waar 't  op knien dat ik de die reis moest doen om voor te koomen dat het bloedt tussen mijne landgenooten meedeburgers niet vergooten wierd was mijn antwoort, weinig influeerde op mijn gemoet een zoo vergenoegt als gelukkig leeven te verlaaten om mij an gevaar en moeijlijkheeden bloot te stellen, alleen in een onangenaam saisoen de nabuurschap van twee arméen door te reisen, de Fransche en Oostenrijkse armees stonden op de grensen van Brabant in Flaanderen, mij dagt alleen de vrouwen en kinderen van mijn medeburgers en landgenooten te hooren roepen: zult gij aarselen uw vermoogen antewenden het leven onser vaders, broeders en echtgenooten te behouden, en de ruïne van zo veel duizenden van menschen voortekoomen.

De volgende dag schreef de minister Claviere mij in substanci (zijn eigenhandige brief bevond zig onder mijn papieren)
“Gij kunt bij den minister der Buitenlandsche Zaaken gaan en met hem arrangement tot u vertrek na Holland neemen. Wij zijn overeengekoomen u driehonderd livres in spetsi per maand te geeven tot vergoeding van u onkosten zoo lang gij in Holland zult zijn, verzeekert zijnde dat gij al uw vermoogen zult anwenden om de oorlog tussen u beider vaderlanden voortekoomen.”

Mij bij de Burger LeBruin begeevende als toen minister van de Buitenlandsche Saaken van de Fransche Republik zijnde, wierd mij door hem uitgebreider herhaalt het voorstel door den minister Clavière an mij gedaan,

(vel 3)

Ik neeme de commissie an, antwoorde ik, en beloof al mijn zwak vermoogen in 't werkstellen om an Uw vertrouwen te beantwoorden, dog permitteert mij wel te expliceeren;
Gij zend mij na Holland om zoo mogelijk voor te koomen dat dat er een vreedebreuk plaatskrijgt tussen de beide republken, maar inteegendeel de Franse republik erkent en de goede harmonie te meeste meer bevestigt worde; en te vragen of het Holl- gouvernement ten dien opzigt een geaccréediteerde, minister van de Fransche Republik wil ontvangen.

Indien Uw voorneemen was om mij emplojeeren om de verdeeltheeden die tussen de inwoonder dier Republik heerst an te hitsen of ander onwettige, laage of veragtelijke rol te speelen, ik moet u bekennen er onbequaam toe te zijn, opgevoedt in de principes dat de constitutie of regeringsbestuur door onse brave voorvaders daargesteld, waar voor zij tagtig jaar gevogtten hebben en waarmeede dat gewest uit niets een magtige Republik is geworden en het beste voor Neerlands volk was, dog dewijl zij verbastert is door menigvuldig inkrimping van baatzugtige intrigues van buiten en binnenlandsche vijanden de speelpop zijner magtige naaburen is geworden, zoo wens ik mijn vaderland gezuivert te zien van alle aristocratische en dispotique invloed,

dog niet kunnende ontveinsen dat het credit de boonader van 't welzijn eener commercieele staat is, en dat door eene tootale omwenteling voor lange jaaren vernietigt zoude worden en 's lands angeboorn vijand, het dispotiq Albion, sijne dwingelandij over de maritime commercie van Europa vermeerderen, soo wense ik wel eene Reformatsi dog geene geweldige Revolutie te meer dewijl ik ten dien opzigt van 't geloof van Platoo ben: dat het mij niet geoorlooft is “zelfs de geneezing mijns vaderlands te zoeken ten koste van 't bloedt en de ruïne van de ingezeetenen, maar liever Godt bidden het door een favorable weg te bewerken”

De minister verseekerde mij het gouvernement van de fransche Republijk geenzins voorneemens was de schreeden van Breteuil en Calomne te willen volgen, dat indien ik in Holland Fransen antrof daar de conduite van was strijdig met die

(vel 4)

verklaaring, ik konde verseekeren sulks zonder last of participatie van 't ministeri der Fransche Republijk was;

verder gelastte de minister mij soo spoedig mogelijk tot mijn vertrek gereed te maaken, en an 't Commité van Algemeen Welzijn een paspoort te vragen die dan ook de minister authoriseerde mijn een paspoort te geeven, 't welk nog geen plaats had gehad zedert het bijeenkoomen der Nationale Conventsi.

Den 19 - 8bre 1792 gaf de ministre LeBruin mij mijn laatste instructies met mijn paspoort ('t welk nog onder mijne papieren moet rusten), den 21 derzelfde maand uit Paris vertrokken en den 1 - 9x in Den Haag gearriveerd, en den volgende dag eene volledige audiensi bij den Raadpensionaris van den Spiegel gehad (de copije van 't officieel antwoord moet nog onder mijne papieren rusten).

Ik heb niet alleen de eer gehad met het Hollands gouvernement par ordr 't ministeri van de Fransche Republik geneegotieerdt, maar ook en met meerder vrugt voor de Fransche krijgsgevangenen; met de minister van een ander moogentheid waarvan nog authentique blijken onder mijne papieren moeten zijn; en ik ben zeedert lang bereidt om een volleedig en voldoende reekenschap an de Fransche Republijk te geeven van mijn gedrag in de honorable commissie mij toevertrouwt en te bewijsen an mijn instructies gebleeven en voldaan te hebben en alle ockasie te nutte gesteld en mijne onbevlekte trouw te kunnen bewijsen, zonder ooit de minste communicatsi te hebben met de zig noemende agenten van Dumouriez, Jacobinen Emigranten enz die in Holland fourmilleerden, maar wel met de wettig angestelde commissaris der marine van de Fransche republiq Audibert Caille.

Den oorlog tussen de beide Republijken ontsteeken zijnde, heb ik an de ministers LeBruin en Clavière gevraagt of ik in Den Haag moest blijven dan naar Paris terug keeren en tot antwoord gekreegen in substanti: gij moet in Den Haag blijven alzo ockasies kunnen koomen dat gij daar de Franse Republijk van groot nut kund zijn; de copie van mijn brief en 't antwoord van de ministers moet nog onder mijne papieren rusten.

Ik zal ook kunnen bewijsen de Fransche Republijk van nut geweest te zijn, niet op een verraadelijke of laage manier, maar door de weg van eer, soo als het past an een edelmoedige ziel getrouw aan de principes

(vel 5)

van vrijheid en gelijkheid gegrond op die heilige maxime: doet niet an een ander dat gij niet wilt dat u geschiede.

Met den opvolger van LeBruin in 't ministeri van de Buitenlandsche Zaaken nog een weinig tijds gecorrespondeert hebbende, dog mijn een commissie opdraagende waartoe ik onbekwaam was heb ik geantwoord gelijk de Lacedemoniers aan Antipater: Gij kunt mij lasten opleggen zoo zwaar zoo gevaarlijk of zoo schadelijk zij ook zijn mogen, maar geene oneerlijke, het zoude tijd verliezen zijn zij van mijn te verwagten; de copie van mijn brief en antwoord van de ministre moeten onder mijne papieren zijn;

zeedert dat ogenblik is die correspondentie afgebrooken en zoo lang het schrikbewind geduurt heeft, heb ik geen correspondentie in Frankrijk gehouden, zelfs niet met mijne intimste vrienden; nog na mijn eigendom geinformeert; (tot gepasseerd maand augustus heeft het commité van waakzaamheidt mij een brief gezonden van een der Representanten van de Conventsi) en niet tegenstaande ik maar twee maanden van 't mijn belooft zijnde appointement hebbe ontfangen, geen correspondentsi meer hebbende, mijn eigendom zelfs verlooren agte, heb ik het goud van de agenten van Pit durven versmaaden en hun vervolging braveeven en een essentielle dienst an de Fransche Republiq beweesen en hoope Godt mijn 't leeven spaart tot dat hier van de bewijsen onder 't oog van 't gouvernement van Frankrijk zal gesteld hebben,

Hoewel ik door veel lui van anzien verzogt ben geweest heb ik mij van alle gezelschap onthouden en afgezondert geleeft, niet twijffelende dat de vijanden van de Fransche Republijk, zoo wel als eenige mannekes die door hun bekrompen verstant mijn commissi als strijdig met mijn sexe ansagen, alles zouden in 't werk stellen om mij veragtelijk of belaglijk te maaken, dog door de agenten van Pit geinterpreteerd dat mijn afzondering was om mij de burgers bemind te maaken en hun de Fransche principes te doen smaaken, derhalve gevaarlijk en mij den Haag onzegt moest worden; de bewijsen van 't geavanceerde moeten onder mijne papieren zijn.

door den oorlog mijn zoo critique situatie nog verdubbelt zijnde, nam ik voor mijn ten eene mal af te zonderen en ten nutte mijns vaderlands, en hebbe eene memori an 't gouvernement gegeeven om antebieden mijin een weeshuis te retineeren in wat stadt goedtgevonden zoude worden, om an de ouderloose kinder alle die borduurwerken te leeren

(vel 6)

die de stad Lion zoo lang hadden doen flooreeren en na eenige sujetten geformeert te hebben men die in de godshuisen van andere steeden zoude kunnen verspreiden en alzo die tak van industrie in ons vaderland te brengen, geen salaris of vergelding pretendeerende, mij gelukkig agtende nog an de behoeftige classe mijner landtgenooten, voornaamelijk an de zo weinig bevoordeelde sexe, ook nog in mijn vaaderland van nut te kunnen zijn, dog mijn anbodt is zonder antwoord gebleeven.

Burgers Representanten, een vrouw capable zulke sacrifice te doen, zulke sentimenten te voeden, is die gevaarlijk? Neen, de discipel en vriendin van den deugtsaame Diderot, den verstandige d'Alembert, an wien J: J: Roussau zig heeft verwaardigt eenige lessen te geeven, zoude die eene verkankerde ziel kunnen voeden?

Zoodra de gloririjke Fransche helden deze Republijk hadden ingenoomen, en in Den Haag gearriveerdt zijn, heb ik mijn direct bij de Representanten Commissarissen van de Naationale Conventie vervoegt of ik na Paris konde terug keeren, dog hebben beter geoordeelt dat ik zoude wagten tot dat de vreede tussen de beide Republijken geslooten was.

Dog helas, die van mij zo lang gewenste epoque, is 't begin eener onregtvaardige vervolging voor mij geweest.

Den 18 mey 1795, zag ik verscheiden voor mijn onbekende persoonen mijn huis indringen, gevolgt door booden, dienders en mijn seiden leeden van 't Commité van Waaksaamheid te zijn, zeggende mijn te arresteere en ordonnerende mijne kasten open te sluiten en maakten zig meester van alle mijne papieren, sonder se te registreren of eenige precautie te gebruiken, niet teegenstaande ik reclaameerde die papieren blijken te zijn van eene commissie door het gouvernement van Frankrijk an mijn gegeeven bij het voorgande gouvernement, tevergeefs ik wierd na de Castelenie gebragt alwaar 9 maanden onder arrest ben geweest zonder gewaar te kunnen worden wie mijn beschuldiger of waar meede ik beschuldigt was.

Direct na mijn arrest heb ik an 't Commite geschreeven, versoekende permissi om an de representant Ramel, kennisse van mijn, arrest te mogen geeven en iemant van wegens de Fransche Republiq bij 't examineeren van mijn papieren mogte zijn, dog inteegendeel vernam ik dat de burger die de beleeftheid had gehad voor mijn arrest mijn brieven an de representant Ramel ter hand te stellen, ook 5 weeken onder arrest was geweest en mijne verwondering vermeerderde toen commissarissen van 't Commité mij kwaamen ondervragen wat mijne correspondentie met den representant Ramel had ten doel gehad.

Eindelijk na 9 maanden in de Castelenie gevangen geweest

(vel 7)

heb ik geen beschuldiging ten mijnen laste kunnen gewaar worden dan dat een van de leeden+

in de kantlijn: + H Gevers

van 't comité mij zeide mij vijand zeedert agt jaar te zijn; en dat in deze Republik niet gepermitteerd was dat een vrouw uitgebreider kennis bezat dan noodig om haar huishouding waar te neemen, haar man oppassen en haar kinderen bezorgen; dat, indien een vrouw veel verstand had sij gevaarlijk was voornaamlijk in politique zaaken.

Wat het eerste point belangt, zoo is het niet te verwonderen dat iemant hetzij uit personeele reeden of door valsche en snoode agterklap misleidt, ten mijnen opzigt verkeerde denkbeelden heeft gevoedt en haat opgevat, dog in een patriottis hart agt jaar haat te voeden op rapporten ??

in de kantlijn: ?? misschien van eenen Serisier en syn intime vrind Marron

en niet wezentlijks ten mijn laste kunnen voortbrengen as een getuigenis van een onbevlekt gedrag, en hadde mijn gevleyd door een Provisionele Representant van Hollands volk te zien volgen het zoo deugtsaam exemple door den representant Le Sage gegeeven op den 14 augustus l.l. zig punlijk in de Nationale Conventsi herroepende en verklaarende door valsche berigten misleidt te zijn geweest in zijne beschuldiginge tegen den burgeresse Savin(?)

En wat de tweede stelling angaat, zoo bevinde mij buiten de angenoomen wet, alzo geen man, geen kinder nog geen huishouding heb op te passen.

En de deugtlievende Fransche natsi de krukken waarop dat slaafs vooroordeel steunde heeft verbrijselt, en zig van talenten bedient waar en indien zij gevonden worden zonder zig te bekreunen onder wat form zij zijn en indien dat van reeden ontbloote stelling al bij eenige door vooroordeel verswakte hersenen ingang vond, zoo zoude immers dat gevaar alleen voor de vijanden van de Fransche Republiq en voor dien van mijn vaderland zijn.

Groot was mijne verwondering toen mij op de 13de fb laatstleden: wierd angezeidt dat ik van gevangenis stond te veranderen en na een soort van Bastilie gebragt worden, ik had wel in de courant geleesen dat de Provisionele Representanten op voorstel van 't Comité van Waakzaamheid, van de Spiegel en Van Rhoon aldaar in bewaaring te brengen uit vrees dat, indien zij hunne vrijheid hadden met de vijanden dezer Republiq zouden rotten, dog die vrees kon voor mij geen plaats hebben alzo het Comnité proeven in handen heeft dat het ogenblik mijner vrijheid direct gevolgt zoude worden door mijn vertrek na Paris alwaar mijn pligt, mijne vrienden en mijn eigendom mijn presentie requireerden en vraagen.

(vel 8)

Burgers Representanten, toen ik den 14 juilli 1789 met toejuigen ansag de brave Parisenaars de Bastilie omverhaalen, dagt ik weinig dat ik zeven jaar daarna op de 14 feb in mijn vaderlandt in een soortgelijke verblijf soude opgeslooten worden als een crimineel en op een zielsverneederende wijze behandelt; alleen in mijn kerker, zonder eenige hulp, hoewel door zware zenuwe pijnen gefolterd en de eerste drie weeken door swaare koorsen overvallen, kunnende snagts geen droppel water krijgen om mijn dorst te lessen, uurenlang door swaare pijnen buiten kennis, en zonder bijstant van eenig sterveling te kunnen bekomen, en, van alles in mijn toestand nodige berooft geweest, van den cipier brutale en verneederende bejegeningen dulden, daar de ander twee arrestanten jeder twee en drie kamers in 't zoo genaamde casteel &,

in de kantlijn:  & Van de Spiegel heeft zijn vrouw en 2 of 3 kinderen tot geselschap, Van Rhoon een oppasser die de boodschap buiten 't casteel mag gaan doen, en ik ben alleen opgesloten

met vrijheid den geheele dag in den tuin te wandelen, bij de cipier te gaan, visites te ontvangen en in 't geheel niet opgeslooten zijn; zit ik op een zoort van donjon in t midden van crimineele, met steelen en moort beschuldig booven de militaire wagt waar van het secrét of garderobe onder mijne vensters zoo danig infecteerd dat mijne gezondtheidt onmoogelijk kan herstellen, en niet kunnen verkrijgen om te mogen wandelen dan driemaal in de week een uur smorgens van 9 tot 10, van welke permissie in dit saisoon tot nu toe nog weinig gebruik te maaken is geweest.

Burgers Representanten, is dat Egaliteit?

Vaaders des Vaderlands, ik heffe mijne zwakke stemme uit dit mijn aakelig verblijf tot U, Neerlands volk heeft heeft de ?? van Hercules in uwe handen geleidt om alle gedrogten te verpletteren, de gevaarlijkste soort onder de menschelijke 'tzaamenleving zijn die, door haat nijd en eigenbaat gedreeven onder het masker van vaderlands en vrijheidsliefde hunne meedemensch zoeken te vervolgen en onderdrukken, neen de godin der vrijheidt behaagt zig alleen tussen de geregtigheid en weldaadigheidt;

Burgers Representanten, laaten mijn beschuldigers ten voorschijn koomen en ik mogen weeten waarom ik in deeze kerker zugte, ik tart alle mijne publique en geheime vijanden mijn te kunnen bewijsen ooit schaade of ruine van eenig mens gezogt of bevordert te hebben, ooit ongehoorzaam an burgerlijke, zeedelijke of naatuurlijke wetten geweest te zijn; ooit an eenige cabale of partie gehoort te hebben, alzo onder alle ??dunkens meer eigenbaat, driften, onbezonnen ijver heerste dan wel waare liefde voor deugt, vaaderlant en een wel geordende vrijheid; mijn altoos verbeeldende zoo wel in politique als geestelijke dwalingen de zagte middelen het persuasifst waaren om de gemoederen te regt te brengen.

(vel 9)

Wettige souverain van Neerlands volk laat deze dag eene nieuwe blijk uwer regtvaardigheid geeven. neemt onder de bescherming der wet een burgeresse alleen in wereldt, vreemdeling in haar vaderlandt sonder raadt of bijstant, meer dan drie jaaren van haar eigendom verstooken, bijna een jaar van haar vrijheid berooft.

Laat regt en vrijheid haar niet langer ontzegt worden.

Weduwe Palm, geb. d'Aelders
In 't Donjon van
Woerden, de 11 april
1796 oud stijl

Een apart bijgevoegde notitie:

N:B: Het comité van algemeen welzijn door wiens ordre ik hier getransporteert ben den 13 maart op den 1 april gescheiden zijnde, zoo was mijn onderwerp onder de autoriteit van de nationaale vergaadering te staan, dog verneemende dat het comité van algemeen welzijn onder wiens orders ik gestelt ben uit Representanten van t Provisioneel Bestuur bestondt, neeme de vrijheid tot hun mijne zugten te wenden, met het zelfde vertrouwen in hunne regtvaardigheidt.

Versoeke verschooning voor fauten van stijl als andere, eene absentie van 24 jaaren heeft mijn ten eenemaal van mijnen moedertaal ontvreemt, en ook ten eene maal de oude schoolastique stijl onkundig, hebbe alleen de taal der waarheid die van mijn hart gevolgt, als de eenige die an een republikaans hart toehoort.


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.02.02 → brief 11-04-1796