TRANSCRIPTIE van een brief dd 8 februari 1793 van Tinne, secretaris van Van de Spiegel, aan Etta, gevoegd bij het tweede deel van het vierde verhoor door het comité van waakzaamheid op 26 november 1795, uit NL-HaNa 3.02.01 invnr 492

Het rapport van het comité van waakzaamheid meldt dat deze brief is geschreven door Tinne, de secretaris van Van de Spiegel, dus dat zal dan wel kloppen. Aanleiding voor de brief is natuurlijk dat Frankrijk, door wie Etta naar Nederland gezonden is, ons land op 1 februari 1793 de oorlog verklaard heeft.

Wat Tinne bedoelt 'de brieven die u hebt doorgegeven', weet ik niet.
Op deze brief heeft Etta de volgende dag een concept-antwoord geformuleerd. De transcriptie en vertaling daarvan staan hier.

Deze brief is door het Comité van Waakzaamheid aangetroffen tussen Etta's spullen toen ze haar woning doorzochten. De brief komt ter sprake bij het vierde verhoor door het comité. Dat verhoor is bereikbaar via deze pagina, maar de betreffende teksten staan ook hier.

Hieronder achtereenvolgens:

■ de letterlijke transcriptie, waarbij ik voor de overzichtelijkheid wat regeleindes en interlinies heb toegevoegd,

■ de vertaling, en

■ de bespreking ervan bij het vierde verhoor.


Transcriptie

Dans la crise actuelle des affaires je crois devoir  Madame vous parler avec franchise sur ma position vis à vis de vous, bien persuadé que vous [sairiez] le véritable motif de cette lettre.

Vos principes sont pur, et tout ceux qui ont le plaisir de vous connaitre ne doutent pas un instant de vos intentions honnêtes et de la bonne volonté que vous avez pour notre Patrie.

Cependant il est des moments ou il est impossible de se mettre au dessus des circonstances, voila madame, pour quoi j’ai évité depuis quelque temps de vous voir, outre que mes occupations ne m’ont point permis de faire des visites à mes amis.

Je jointe ici les copies de lettres que vous avez communiquées mais je crains bien que, quelque bonne que soyent vos raisons, elles n’auront pas l’influence nécessaire.

Il me reste encore une observation à vous faire madame, c’est qu’il me sera impossible dorénavant de recevoir a mon adresse les lettres qui viennent de France; vous avez trop d’esprit pour ne pas sentir de quelle délicatesse cela est dans la position ou je me trouve, ainsi j’ose vous prier de vouloir bien en instruire vos correspondants.

Je ne veux cependant pas finir sans vous témoigner madame combien cet éloignement momentané, à ce que j’espère, me coute, et je puis vous assurer que mr de Cons. Pens. est dans les mêmes sentiments que moi.  En vous rendant toute la justice que mérite vos bonnes intentions à l’égard de la République

Agréez les assurances de ma parfaite considération

Le 8 février 1793


Vertaling

In de huidige crisis meen ik u, mevrouw, eerlijk te moeten spreken over m’n positie ten opzichte van u, ervan overtuigd dat u het ware motief van deze brief kent.

Uw principes zijn puur en ieder die het plezier heeft u te kennen twijfelt geen moment aan uw eerlijke intenties en uw goede bedoelingen voor ons Vaderland.

Op sommige momenten is het evenwel onmogelijk om de omstandigheden te negeren en het is daarom, mevrouw, dat ik sinds enige tijd vermijd u te zien, behalve dat m’n bezigheden me niet toelieten om vriendenbezoeken af te leggen.

Ik voeg hierbij kopie van de brieven die u hebt doorgegeven, maar ik vrees dat, hoe goed de bedoelingen ook zijn, ze niet de nodige invloed zullen hebben.

Rest me nog één bemerking te maken, mevrouw, namelijk dat het me niet langer mogelijk zal zijn om op m’n adres de brieven uit Frankrijk te ontvangen.

U bent te intelligent om niet te voelen hoe delicaat dat is in de positie waarin ik me bevind en daarom durf ik u te vragen om deze boodschap aan uw correspondenten door te geven.

Ik wil evenwel niet afsluiten, mevrouw, zonder u te betuigen wat deze tijdelijke – zo hoop ik – verwijdering me kost en ik kan u verzekeren dat mijnheer de raadpensionaris hetzelfde voelt als ik. U alle recht doend voor uw goede intenties ten opzichte van de Republiek,

Aanvaard de verzekering van m’n oprechte respect,


Bespreking bij het vierde verhoor

Art 35
Aan haar gearr. nog voor te houden eene missive door den kennelijken hand van Tinne geschreeven, en aan haar geadresseerd, beginnende 'Dans la crise' met het daaragter gestelde conceptantwoord met de kennelijke hand van de gearr geschreeven, en beginnende 'Votre position'
Daarop het exhibitum te stellen, en te vraagen of zij gearr niet bekend dezelve brieven ontvangen en geschreeven te hebben.

Zegt de eene ontvangen te hebben en de andere haar antwoord te zijn

Art. 36
Aan haar gearr de voornoemde brieven voorteleezen, en te vraagen of zij niet bekend dat uit deze brieven wederom consteert dat zij voor beide gouvernementen is werkzaam geweest.

Zegt Ja, voor zo verre het de vrede en de goede intelligence tusschen de beide republiquen betrof, en dat zij gezonden was om de orders van de minister aan de raadpensionaris, en van den selven wederom terug tot kennis van de minister te brengen, en dat dit haar pligt was.


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.02.01invnr 492 → brief 08-02-1793