TRANSCRIPTIE van een brief dd 8 oktober 1793 van Van de Spiegel aan Etta, gevoegd bij het tweede deel van het vierde verhoor door het comité van waakzaamheid op 26 november 1795, uit NL-HaNa 3.02.01 invnr 492

Deze brief is een reactie op een niet bewaard gebleven antwoord van Etta aan de Franse minister van buitenlandse zaken Deforgus.

De brief is door het Comité van Waakzaamheid tussen de spullen van Etta gevonden toen ze haar huis doorzochten. De brief komt ter sprake bij het vierde verhoor door het comité. Dat verhoor is bereikbaar via deze pagina, maar de betreffende teksten staan ook hier.

Hieronder achtereenvolgens:

■ de transcriptie van de brief,

■ de bespreking van de brief - samen met andere - tijdens het vierde verhoor, en

■ de vermelding van de brief in het rapport van het comité, voorgelezen in de vergadering van 27 januari 1796 van de Provisionele Representanten van 't Volk van Holland, zie hier voor de context.


Transcriptie

On ne peut qu'applaudir, Madame, aux sentimens que vous avez manifestés dans votre reponse au Ministre des affaires étrangèrs en France, en refusant le vilain rôle d'espion au quel il a cherché de vous engager. --

Cependant comme vous me marquez, que dans cette correspondance il a été question d'une matière aussi delicate que celle d'un rapprochement entre les deux Nations, je dois vous observer, Madame, que pour votre propre suretépendant votre séjours dans ce pais, la prudence exige de ne point être en relation du tout, avec le Ministre d'un gouvernement qui nous fait la guerre, au moins de ne pas dit, ?? avec lui des articles de cette nature: discussion que ne peut abouter à rien, si non à vous attirer des disagrémens de la part du gouvernement du pais que vous habitez maintenant.

Quant à ce que vous me dites de la Convention Nat. et de celui qui se donne pour son agent ici, vous ne serez pas surprise, si je passe cela sous silence.

Je vous remercie aussi de l'offre de me procurer les bulletins de cette assemblée, lesquels j'aime mieux ne pas connaitre.

J'ai l'honneur d'être
Votre très humble er tres obéissante serviteur,
van de Spiegel

Madame
à la Haye
le 8 oct 1793


Bespreking bij het vierde verhoor

Art 32
Aan haar gearr. te vertoonen eene missive in dato 8 octob 1793, geteekend v.d. Spiegel, beginnende On ne peut etc en eene andere geschreeven te Parijs den 5 octob 1793 beginnende Je m'apperçois, geteekend De Forgues.
Op beide het exhibitum door den Secretaris te stellen, en te vraagen of die brieven door haar ontvangen zijn.

Zegt Ja, want dat zij self gelooft dat haar antwoord op dezelve op de post geopend was en dat daarop de brief v. v.d. Spiegel gekoomen is.

Art. 33
Aan haar gearr te vragen wie die de forgues is

Zegt Minister van de Buitenlandsche Zaaken, opvolger van le Brun, in t begin van t gouvernement van Robespierre

Art 34
Aan haar gearresteerde deze twee brieven voor te leezen, en te vraagen of uit dezelve als mede uit de missive van 30 July 1794 door haar gearr aan den geweese raadpensionaris geschreeven, en bevoorens reeds aan haar geexhibeerd, niet duidelijk blijkt dat zij langzamerhand het vertrouwen van beide de gouvernementen heeft verlooren.

Zegt dat zij er zig een eer van maakt om tot last(?) te zijn geweest bij zodanige minister als toen, in Holland en in Frankrijk waaren gelijk eene Deforgues en ?? als mede van de Spiegel en ??gelijke.


Weergave door het comité

Op gelyke wyze schreef haar de Raadpensionaris nog in October 1793:

"Men is verpligt de gevoelens toe te juigen, Mevrouw! wlke gy gemanifesteerd hebt in u andwoord aan den Minister der Buitenlandsche Zaaken in Vrankryk, door te weigeren de schandelyke rol van spion, waar toe hy u heeft zoeken te brengen.

Wat betreft 't geen gy my zegt van de Nationaale Conventie, en van de geen die zig hier als haren agent voordoet, zult gy niet verwondert zyn als ik dat met stilzwygen voorby gaa. Ik bedanke u ook voor de aanbieding om my te bezorgen die bulletins dier vergadering welke ik liever wenschte niet te kennen."


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.02.01invnr 492 → brief 08-10-1793