TRANSCRIPTIE van een brief dd 12 januari 1793 van Van de Spiegel aan Etta, gevoegd bij het tweede deel van het vierde verhoor door het comité van waakzaamheid op 26 november 1795, uit NL-HaNa 3.02.01 invnr 492


De brief van Van de Spiegel aan Etta is door het Comité van Waakzaamheid tussen haar spullen gevonden toen ze haar huis doorzochten. De brief komt
komt ter sprake bij het vierde verhoor door het comité. Dat verhoor is bereikbaar via deze pagina, maar de betreffende teksten staan ook hier.

De brief heeft als datum slechts 12 januari, maar:
- het is vóór het uitbreken van de oorlog tussen Frankrijk en Nederland op 1 februari 1793;
- hij heeft het over de Schelde-kwestie en dat speelt eind 1792 en begin 1793;
- hij refereert aan haar Franse correspondentie en die houdt later in 1793 op.
zodat het 12 januari 1793 moet zijn.

Hieronder staan achtereenvolgens:

■ De (volgens mij redelijk correcte) weergave van de brief zoals die is voorgelezen in de vergadering van de Provisionele Representanten van 't Volk van Holland, zie hier voor de context;

■ de bespreking van de brief bij het vierde verhoor.


Weergave door het Comité van Waakzaamheid

Gy hebt zeer wel geandwoord aan uw vriend, Mevrouw. Het is te beklagen dat die Heeren met alle hunne groote talenten zo weinig kennis hebben van de zaaken en belangens van andere landen, inderdaad welke hulp zouden zy willen toebrengen aan ons die er geene gevraagd hebben?

Wy zullen zeer wel onze vryheid weten te bewaaren zonder hunne bystand, ten waare zy door Vryheid verstonden den tegenwoordigen staat van Vrankrijk, en indien hen die staat van zaaken is, welke zy by ons tragten intevoeren, zullen wy genoodzaakt zyn om ons tegen die voorgewende hulp te verzetten.

Wat betreft de erkentenis der Fransche Republicq, nimmer is die gevraagd geworden, en dierhalven is er geen reden, om zich wegens eene weigering te beklagen.

Het is boven dien een nieuw verschynsel in de staatskunde dat een particulier zich in een land voordoet als belast met de zaken van eene vreemde mogendheid, zonder geloofsbrieven overgegeeven te hebben.

indien de Engelschen den oorlog aandoen aan Frankryk is het wel klaar, dat de Franschen zulks zelfs berokkend hebben, door hunne onmatige drift om hunne leere der Vryheid in alle landen voort te planten.

Engeland zou gaarne aan de Fransche het plaisir hebben overgelaten om de pot te kooken zo zy die eeten wilden, mits maar deezen de zelfde Vryheid aan andere Natien hadden toegekend.

Uwe Parijsche vrienden verstaan de questie over de Schelde in 't geheel niet, hier nevens een kleine Memorie, welke u in staat zal stellen, om haar te doen begrypen, dat de Brabanders zo min van den koophandel zyn uitgesloten als de Hollanders.

Tinne heeft my gezegd, dat uwe remises niet op zyn tyd aankoomen; Gy zult 't bagatel wel willen accepteeren 't geen ik u morgen zenden zal.


Bespreking bij het vierde verhoor

Art. 26
Aan haar garr. daar zij blijft ontkennen dat zij voor gedaane diensten door v.d. Spiegel niet beloond is, aan haar te exhibeeren eene missive door v.d. Spiegel aan haar geschreeven en geadresseerd beginnende Vous avez fait bien repondre waarop een exhibitum door de secretaris is gesteld en waarin de volgende periode, hoezeer uitgeschrapt egter leesbaar gebleeven is Tinne m'a dit que vos remises ne viennent pas a temps, vous voudrez bien accepter la bagatelle que je vous enverrai demain en te vraagen of zij gearr als nog blijft ontkennen van v.d. Spiegel geld te hebben genoten.

Zegt dat zij nimmer ontkend heeft van v.d. Spiegel geld ontvangen te hebben dog niet als belooning maar voor verschotten.

Art. 27
Aan haar gearr voor te houden dat indien het waar was dat het bagatel dat v.d. Spiegel aan haar beloofde 's anderen dags te zullen senden voor uitgaaven of verschoote penningen voor haar was dat hij dan niet soude gebeesigt hebben de woorden  vous voudrez bien accepter la bagatelle que je vous enverrai etc. want, dat het in dit laatste geval eene ?? verpligting en schuld soude zijn die hij soude hebben moeten betaalen, en waarvoor hij geen bagatel behoefde ter acceptatie aantebieden en te belooven.

Zegt dat daar van de Spiegel haar in die selve brief eene propositie doet eene memorie te laaten drukken over de vrijheid van de Schelde hij van de Spiegel haar ?? kon presenteeren, maar dat in geval zij die penningen ontvangen heeft, zij die penningen nimmers anders als op rekening heeft ontvangen.

Art. 28
Aan haar gearr te vraagen waarin dit bagatel bestaan heeft.

Zegt niet te kunnen zeggen hoeveel, nog in ?? nog in specie, zelf niet of zij het ontvangen heeft.


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.02.01invnr 492 → brief  12-01-1793