TRANSCRIPTIE/VERTALING van de kopie van een brief van Van de Spiegel aan Etta dd 30 maart 1790, uit NL HaNa 3.01.26, invnr 50, kopieboek uitgaande post

Deze brief is ook afgedrukt in RGP1 blz 161-162. Onderstaande is een letterlijke weergave van de kopie van de volledige brief, alleen heb ik omwille van de leesbaarheid regeleindes en interlinies toegevoegd. Daaronder een wat snelle Nederlandse vertaling.


Transcriptie

a Madame d'Alders à Paris
le 30 Mars 1790

La personne illustre a qui vous avez écrit, Madame, pour lui offrir l'hommage de votre livre, m'a fait la grâce de me communiquer cette lettre, et m'a chargé en même tems, comme ayant l'avantage de jouir de votre correspondance, de vous répondre que quoiqu'Elle n'accepte que trés rarement des dédicaces, néanmoins Elle aurait été charmée de faire une exception a votre égard; mais que de l'autre côté considérant le sujet des matières de ce livre, elle avait fait la réflexion que peut-être son nom au frontispice de votre ouvrage pourrait dans l'esprit de quelques gens jeter des doutes sur l'impartialité dont vous vous êtes faite une loi, et que par cela même au lieu des justes louanges qui vous sont dues a ce titre, vous pourriez encourir des critiques malignes auxquelles cette Personne ne voudrait pas donner lieu.

Cette judicieuse réflexion, jointe à la manière gracieuse dont votre proposition a été reçue, m'autorise, Madame, à vous conseiller de ne pas y insister.

Il y a longtems que cette même Personne a cherché de vous donner une marqué de sa bienveillance et de son approbation, mais l'occasion ne s'y étant pas présentée, elle saisit avec plaisir celle-ci pour vous faire offrir de sa caissette une gratification de cent ducats de Hollande, que je suis chargé de vous faire passer soit en espèces ou en billets, à moins que vous ne préféreriez un bijou de la même valeur, dont le choix est laissé entièrement a vous.

J'ai l'honneur d'être etc...


VERTALING

Aan mevrouw d'Alders in Parijs
30 maart 1790

De hooggeplaatste persoon aan wie u hebt geschreven, madame, om haar de eer van uw boek aan te bieden, heeft mij goedgunstelijk die brief doen toekomen, en heeft mij tegelijk opgedragen, als genietende het voorrecht met u te corresponderen, om u te antwoorden, dat hoewel Zij slechts zeer zelden opdrachten aanvaardt, Zij niettemin ervan gecharmeerd zou zijn voor u een uitzondering te maken;
maar dat aan de andere kant in aanmerking nemende het onderwerp van dit boek, zij bij nader inzien de overweging heeft gemaakt dat wellicht haar naam op het titelblad van uw boek bij sommige mensen twijfels zou kunnen oproepen over de onpartijdigheid die u als uw plicht beschouwt tentoon te spreiden, en dat daardoor zelfs in plaats van de terechte loftuitingen die u voor dit werk toekomen, u zich kwaadaardige kritieken op de hals zou kunnen halen waartoe deze Persoon niet graag aanleiding zou willen geven.

Deze verstandige overweging, samen met de gracieuse manier waarop uw voorstel ontvangen is, machtigt mij, madame, om u de raad te geven niet aan te dringen.

Het is al heel lang dat dezelfde Persoon heeft gezocht naar mogelijkheden om u een blijk van haar welwillendheid en haar goedkeuring te geven, maar de gelegenheid had zich nog niet voorgedaan, en ze grijpt deze nu met plezier aan om u uit haar privé-bezit een gratificatie van honderd Hollandse dukaten aan te bieden, die ik de opdracht heb u te doen toekomen, hetzij contant hetzij in waardepapieren, tenzij u liever een sierraad van dezelfde waarde zou willen hebben, waarbij de keus geheel aan u overgelaten wordt.

Ik heb de eer te zijn enzv


Je bent hier: OpeningBronnenNL-HaNaTg 3.01.26 → invnr 50 (5)