AANTEKENINGEN bij G. W. Vreede
Mr. Laurens Pieter van de Spiegel en zijne tijdgenooten (1737‑1800), Middelburg, 1876‑1877

Colenbrander noemt dit in RGP1 in de noot op pagina 148-149 en in een noot op pagina 150 als bron over Etta. Van de vier delen van dit werk kon ik alleen de delen I (maar die heb ik helemaal niet nodig, want die gaat over Van de Spiegels tijd in Zeeland) en IV gedigitaliseerd op internet vinden. Deel III heb ik uit de UB.

Deel III bestrijkt de periode november 1786 tot december 1791 en gaat over 'De Staatsgeschillen in de Nederlandsche Republiek, door de gewapende tusschenkomst van Pruissen beslecht -- Van de Spiegels politisch-diplomatisch bedrijf, als Raadpensionaris van Holland en West-Friesland.

In dit deel komt het bezoek van Lampsins aan Etta te Parijs aan de orde. Blijkbaar heeft hij haar later wel getroffen, want op 5 december 1788 schrijft Van de Spiegel, zie hier, dat hij zijn correspondentie met Etta te danken heeft aan meneer L., waarmee hij Lampsins bedoelt. Voluit: Apollonius Jan Cornelis baron Lampsins (1754–1834).

Deel IV gaat over 'De toestand van Nederland en van Europa (1788-1795)'. Allebei de delen overigens 'uit de nagelaten papieren van den Raadpensionaris' samengesteld en uitgegeven door het Zeeuwsch Genootschap der Wetenschappen.

In dit deel worden betalingen 'wegens de Secreete diensten'  afgedrukt, waaronder die aan Etta in 1793 en 1794, en wordt melding gemaakt van krantenberichten in de Gazette de Leide over haar arrestatie in juli 1791.

Hieronder achtereenvolgens:

■ de betreffende gedeelten uit deel III, en

■ de betreffende gedeelten uit deel IV.


Uit deel III

Op pagina 13 wordt melding gemaakt van de brieven van:

Mr A.J.C. Lampsins, in het voorjaar van 1787 zeer geheim naar Frankrijk gezonden, om aldaar ten behoeve van het Huis van Oranje werkzaam te zijn, de gemoederen te polsen en de Patriotten ongunstig af te malen. List tegen list; werd door den eerzuchtigen Rhijngraaf van Salm voor de Patriotten te Parijs of Versailles gekuipt, waarom zouden niet van hunne zijde, de aanhangers van den Prins-Stadhouder het Fransche Hof, en vooral na den dood van De Vergennes, den Ministers de oogen trachten te openen?

Lampsins schrijft aan Van Citters die de brieven doorstuurt naar Van de Spiegel.

Er wordt een voorbeeld gegeven hoe het Franse Hof in het buitenland werkt met wat we tegenwoordig noemen 'influencers', waarna:

(pagina 14)

Welnu: wat belette de Prins en de Prinses van ORANJE, eenigermate en weederkerig in Frankrijk, dienzelfden weg te bewandelen en scherpziende opmerkers, in de gedaante van hoffelijke bespieders maar zonder officieel karakter derwaarts te zenden, die tegen de inlichtingen, mededeelingen en inblazingen uit den koker der Patriotten, op hunne beurt, aan lijnregt daarmede strijdige berigten of voorstellingen ingang zouden pogen te verschaffen?

Althans VAN DE SPIEGEL gaf dien raad en meende dat zoodanig middel niet mogt verzuimd worden. -- "Indien," zoo schreef de Raadpensionaris aan de Prinses WILHELMINE den 23 Maart 1787, het but alleen is, om informatin buiten 's Lands te geven en te nemen, zoude (onder verbetering) mij praeferabel voorkomen, dat één of meer personen, zonder character als dat van reizigers, hiertoe door Z.H. wierden geëmployeerd, welke geïnstrueerd zouden kunnen worden, om overal daar het pas geeft, te insinueeren de ware oorzaken door welke de dominerende partij het overwigt gekregen heeft, en de mogelijke middelen om dezelve te resisteren, gelijk dezelve met kragt en naar waarheid in de Consideratiën van Uwe Kon. Hoogheid zijn voorgesteld."

Drie weken later deelde LAMPSINS al dadelijk aan VAN CITTERS mede, wat hij aanvankelijk ver-

(pagina 15)

rigt had, en hoe hij de gesteldheid van zaken in Frankrijk had bevonden; in welken geest hij den Minister van Buitenlandsche Zaken DE MONTMORIN had ingelicht; hoe zijns inziens, eene Omwenteling in dat Rijk voor de deur stond, en Republikeinse grondstellingen werden gepredikt; hoe men met eene berooide schatkist die alle maatregelen verlamde, niet bevreesd behoefde te zijnvoor eene beslissende tusschenkomst dier Regering in het belang van de Patriotten; dat de verstandige lieden wisten, hoe diep het aanzien van Frankrijk in Europa gedaald was. --

Eene zending derhalve, die veilig kan geacht worden vrij wat te hebben bijgedragen, om den ijver der Ministers van LODEWIJK XVI ten gunste der Patriotten te matigen en te bekoelen, en die aldus in September van hetzelfde jaar, tijdens den intogt der Pruissen tot herstel van het Stadhouderschap, van onberekenbaren invloed zal geweest zijn; hetzij dan om de Fransche Regering van alle openbaar verzet te weerhoudenof te doen afzien, hetzij om de Oranje-partij en tegelijk de Kabinetten van St. James en Berlijn te versterken in de overtuiging, dat het Bewind te Versailles al ware het daartoe geneigd geweest, de middelen niet bezat om eene toereikende Legermagt bij tijds zamen te trekken.

(pagina 312)

Brief XLV. Mr. A.J.C. LAMPSINS, in geheime zending in Frankrijk, aan VAN CITTERS

Parys, 16 April 1787

Het spyt my zeer Heer en Vriend! wy elkander zoo hebben mis gelopen, te meer daar wy zoo digt by den ander geweest zyn (...)

Daarna gaat het over de toestanden in Amsterdam, waar Lampsins in de vroedschap zat. Hij zal worden 'geremoveerd' terwijl hij zich te Parijs bevindt.

(pagina 313)

(...)

Zoo ik nu dan myn Vriend Uw raad volgde, moest ik my verder met niets bemoeyen, en het tegendeel is waar, ik ben hier ook werkzaam; en heb een en andere zaken aan den Heer DE MONTMORIN gezegd, dog welke vrugt dit hebben zal is by my zeer suspect, vraagt aan V.D. HOOP myn correspondentie te leezen en UEd. zal eu fait zijn.

Daarna gaat het over de Rhijngraaf die in Parijs is en daarna over de politieke omstandigheden in Vlissingen.

(pagina 314)

Hier gaat het over het gebrek aan eenheid binnen de oranjegezinden, en

zoo zulks noodzakelyk is zoo kom ik in 't laatst van Mey over, dog zoo niet, zoo laat my myn Vriend eens ademhalen, van al de ongeregeldheden die ik heb zien gebeuren.

(...)

(pagina 315)

Hier gaat het vooral over politieke toestanden in Frankrijk, en dan:

Mev. D'AELDERS laat uw haar complimenten maaken, en nevensgaand billettje in antwoord van 't myne, haar niet gevonden hebbende, zal u bewysen door een ander niet vergeeten te zyn geweest.
Ik heb haar nog niet gezien.


Uit deel IV

Op pagina 449 begint:

Stuk XXVIII: Ontvang en Uitgaaf wegens de Secreete diensten in de Provintie van Holland.

Met daarbij:

(pagina 451)

1793

Jan. 14.  Aan Mev d'ALDERS ..................................ƒ 105.--.--

(...)

Mey 10. Aan Mevr. D'ALDERS ................................ƒ 105.--.--

(pagina 453)

1794

Febr. 6. Aan Mevrouw D'AELDERS een Gratificatie ....ƒ 150.--.--

(pagina 455)

Oct. 25. Aan Mevrouw d’Aelders voor het bezorgen van fransche nieuwspapieren over verscheide Jaaren, en tot dedomagement wegens gedane diensten in Vrankrijk ...........................................ƒ 600.-.-

Dit laatste betaling, van 25 oktober 1794, is ook de laatste betaling die Van de Spiegel heeft genoteerd bij de Secreete diensten.

(pagina 703)

Mevr. D'ALDERS, D'AELDERS; EttaHRAÏM
In de Gazette de Leide van 29 July en 2 Augustus 1791 vindt men beide personen als verdachte vreemdelingen, bij gelegenheid van oproerige bewegingen, te PARIJS in hechtenis gesteld, maar eerlang ontslagen. Eerstgemelde komt voor als "la soi-disant Baronne D'AELDERS", in den Cirque social meer bekend onder den naam van ETTA PALM, geboren te Groningen (1).


Je bent hier: OpeningBronnen → Vreede