AANTEKENINGEN bij Calogero Alberto Petix and Karen Green: Etta Palm D’Aelders and Louise Keralio-Robert: Feminist Controversy during the French Revolution, pp.63-78 in Political Ideas of Enlightenment Women:Virtue and Citizenship, ed. Curtis-Wendlandt, Lisa, Paul Gibbard and Karen Green, Abingdon: Routledge, 2016.

Van dit stuk heb ik nagenoeg niets gebruikt. Er staan veel feitelijke onjuistheden in en daarom heb ik lang geaarzeld of ik hun opmerking dat Etta vanaf 1778 een salon had (wat hetgeen was dat mijn aandacht op dit stuk vestigde), wel zou opnemen. Uiteindelijk heb ik dat gedaan in de vorm 'volgens sommigen'. Ze dragen namelijk geen enkel bewijs aan. Zie verder bij de aantekeningen.

Ik werd een beetje chagrijnig van de slordigheid van dit artikel. Ik hoop dat dat niet al te zeer doorklinkt, maar anders zal ik het later nog eens herstellen. De auteurs hadden er goed aan gedaan om er even een native speaker, dus iemand die het Nederlands beheerst, bij te halen. Dat had een boel fouten gescheeld.


63
De introductie verwijst naar artikelen van Judith Vega over Etta en daarna alle andere publicaties over haar (voor zover bij hun bekend). De mate van aandacht voor Etta wordt vergeleken met die voor Olympe de Gouges en degene die Etta's integriteit in twijfel trekt, Louise-Fécilité Keralio Robert (1758-1793).
64
Ze kondigen aan dat ze uit de controverse tussen Eta en Keralio-Robert conclusies gaan trekken over de beperkte rol van vrouwen tijdens de Franse Revolutie en gaan dan over tot een levensbeschrijving van Etta.
Daarbij heet haar vader Jacob Aelders van Nieuwenhhuys en is ze opgevoed in 'Stret Marsh' in Groningen. Dat lijkt mij een poging Poelestraat in het Engels te vertalen, wat me weinig zinvol lijkt omdat het 'Poele' in de straatnaam van eeuwen eerder dateert.
Tot Etta's opvoeding zouden volgens de auteurs ook pianoles en balletles hebben behoord, maar ze melden niet waaar ze dat vandaan hebben. Het staat in ieder geval NIET in de bronnen die ik geraadpleegd heb.
Daarna melden ze dat Christiaan Palm de zoon is van een Franse procureur, wat niet juist is, en dat het vaderschap van Etta's dochtertje ter discussie stond, waar mij ook niets van bekend is.
Vervolgens nemen ze de datum dat Munniks tot consul van Messina benoemd werd als de datum dat Etta en Munniks elkaar hebben leren kennen, en nu houd ik op met het signaleren van alle missers, die volgens mij voornamelijk veroorzaakt zijn door het niet goed vertalen van Nederlandse bronnen.
65
Wel moet opgemerkt dat ze Arboit citeren, zie hier, die zijn informatie heeft uit Hardenberg, dus feitelijk volgen deze auteurs eerst Hardenberg na en daarna Arboit (zodat ze ook spion genoemd wordt).

Op deze pagina staat dan de opmerking waar het mij om te doen was: 'in 1778 she opened her own salon in het new abode at the rue Favard'.
1) Bedoeld wordt Favart met een 't' op het eind.
2) De rue Favart bestaat in 1778 nog niet (staat gewoon op de Franse wikipedia, dus hadden ze kunnen weten)
3) Er wordt geen enkel bewijs aangevoerd. De noot bij deze zin verwijst naar pagina 22 van het boek van Villiers, zie hier, en op die pagina komt het woord 'salon' niet voor. Er blijkt hier dat ze Villiers ook niet goed gelezen hebben, want zijn correcte jaartallen (bijvoorbeeld 1778 dat Etta in de rue Villedo gaat wonen) nemen ze foutief over.

Kortom, er is geen enkele zekerheid dat Etta vanaf 1778 een salon had. De Parijse situatie, waarin salon houden gebruikelijk was, maakt het waarschijnlijk dat ze het gedaan heeft, maar bewijs is er niet. Pas vanaf 1790, als ze het in brieven heeft over 'mijn concert' en dergelijke, kan met zekerheid worden gesteld dat ze salon hield.
Waaraan nog kan worden toegevoegd dat op door historici samengestelde lijsten van Parijse salons tijdens het ancien regime Etta's naam NIET voorkomt.

De mensen die door Petix en Green genoemd worden als gasten van Etta's salon (Calonne, Breteuil en Montmorin) lijken mij de namen die opduiken bij een zeeeer oppervlakkig literatuuronderzoek als mensen die in enigerlei publicatie over de periode vóór de revolutie genoemd worden als hebbende ergens iets met Etta te maken. De enige plek waar ik die drie namen bij elkaar zie staan, is op pagina 18 van het boek van Hardenberg, zie hier, als de drie mannen die nauw verbonden zijn met Etta's vijandin Albertine Nybenheim. De kans dat die drie mannen überhaupt Etta's deur in mochten, laat staan haar salon bezoeken, lijkt mij nul.
66
Bij Etta's interruptie baseren ze zich op Villiers, die zijn informatie weer heeft uit de Bouche de fer, dus dat is correct, alleen veranderen Petix en Green de door Villiers genoemde correcte data in foutieve data, maar dat is peanuts. De verdere beschrijvingen kloppen.
67
Dat geldt ook voor de verdere levensbeschrijving, al verhaspelen ze de naam van Cornelis van Maanen.
68
Ook weer zoiets waarbij ze het even aan een native speaker hadden moeten vragen in plaats van op eigen houtje proberen iets uit het Nederlands te vertalen, is dat ze schrijven dat Etta is overleden aan een ontsteking van haar borsten. Dat staat er echt niet, er staat 'borst'.
69
De auteurs gaan de controverse tussen Keralio-Robert en Etta beschrijven maar ze beschikken niet over een stuk waarin Keralio-Robert kritiek op Etta levert. De eerste vraag die gesteld moet worden, is of zo'n stuk wel bestaat.
Het enige dat we hebben is de toelatingsspeech die Etta houdt in de Broederlijke Sociëtet van Patriotten van beiderlei sekse. Daarin zegt ze dat Keralio-Robert een smet op haar persoon en haar patriottisme heeft geworpen. Er staat NIET of Keralio-Robert dat heeft gedaan in een stuk of in een artikel in haar krant of in een mondeling verhaal en we weten dus niet of er een schriftelijk stuk bestaat..
70
Daarom wordt het vanaf hier nogal speculatief en heb ik het verder niet gevolgd. De auteurs willen uitzoeken welke inhoudelijke verschillen over de rol van vrouwen er achter de controverse zou zitten. Daarvoor moeten ze putten uit oude artikelen van Keralio-Robert en oudere stukken van Etta.

Etta's toelatingsspeech is voor dat doel onbruikbaar, want daar zegt ze hier niets over. Etta zegt alleen dat ze ervan wordt beschuldigd 'een misdadige correspondentie te onderhouden met de vijanden van de natie'. Dus daar gaat het over en proberen te bedenken of er ergens iets inhoudelijks achter zou kunnen zitten is niet zinvol.
Als er een stuk van Keralio-Robert bestaat en als daarin iets staat over verschil in opvattingen over de (toekomstige) rol van vrouwen, dan zou Etta daar in haar toelatingsspeech absoluut zeker-weten op gereageerd hebben.


Verder heb ik het dus niet gevolgd. Een klein beetje meer informatie over Louise Keralio-Robert staat bij de verantwoording van de paragraaf Broederlijke Sociëteit van Patriotten van beiderlei sexe, zie hier.


Je bent hier: OpeningBronnen → Petix en Green