TRANSCRIPTIE/VERTALING van het Discours d'une Amie de la Vérité, Palm d'Aelders, hollandoise, en recevant la cocarde et medaille nationales envoyée pour elle à l'Assemblée fédérative par la municipalité de Creil, le 14 février 1791

Dit mondelinge dankwoord van Etta is het vierde gedeelte van het boekje Appel aux Francoises enzv, zie voor een overzicht van alle gedeelten uit het boekje deze pagina.

Bij de datum heb ik ernstige twijfels. 14 februari 1791 is een maandag, terwijl de Vrienden van de Waarheid op vrijdagen bijeen komen. Het moet dus of 11 of 18 februari zijn, en op basis van de verslagen in het blad La bouche de fer, zie hier, denk ik dat het 18 februari is. Voor de veiligheid heb ik er in het boek van gemaakt 'midden februari'.

Hieronder achtereenvolgens:

■ transcriptie van de tekst, die begint halverwege pagina 11 van het boekje. Op het eind wil de voorzitter van de vergadering ook nog wat zeggen,

■ vertaling, met dank aan Angelie Sens, al is niet alles helemaal begrijpelijk omdat het drukwerk te wensen overlaat, zodat er soms eerder staat wat we DENKEN dat er bedoeld wordt dan dat er staat.


Discours d'une Amie de la Vérité

Palm d'Aelders, hollandoise, en recevant la cocarde et la médaille nationales envoyées pour elle à l'Assemblée Fédérative par la municipalité de Creil, le 14 février

Née dans une république qui a combattu quatre-vingts ans pour établir chez elle les premiers principes de la liberté et de l'égalité; élevée chez un peuple jaloux de sa constitution, un peuple qui a toujours résisté avec courage aux despotes qui l'environnent, et qui

(pagina 12)

si souvent ont tenté de lui donner des fers, quel a donc été mon ravissement, messieurs, quand j'ai vu s'élever le pompeux édifice de votre constitution, fondée sur les droits imprescriptibles de l'homme et de la nature !
J'avouerai cependant, messieurs, que les préjugés dont j'êtois environnée, combattaient souvent dans mon coeur les principes purs et vrais que vos augustes législateurs ont développés avec tant d'énergie et de succès; mais fortifiée par des écrits patriotique, encouragée par vos leçons, j'ai détruit jusque aux germes de ce faux orgueil qui étouffe si souvent la plante précieuse de l'égalité.

Oui, messieurs, c'cst d'après cette expérience que j'ai jugé du grand nombre de femmes qui, surtout dans cette capitale, entrainées par l'effet d'une éducation vicieuse, et qu'une frivole oisiveté entretient, n'ont pu s'élever jusqu'aux sublimes principes de morale et de philosophie, qui ont fait votre révolution, et qui doivent la propager chez tous les peuples de l'Europe.

Il se leur faudroit, messieurs, que quelques encouragemens pour faire tomber les préjugés de l'enfance, et les rendres dignes de vous;

(pagina 13)

ce fut d'après ces considérations que je formai le dessein de vous présenter la requête qui a reçu vos suffrages, et à laquelle je dois l'honorable récompense de la municipalité de Creil.
Je la reçois avec respect et reconnoissance, non comme un hommage rendu à mon foible talent, mais comme un témoignage, une approbation tacite de la justice de notre réclamation.

Oui, cette gloire vous est encore réservée, nation brave et généreuse; et à vous estimables concitoyennes, celle de régénérer les moeurs de vivre parmi des républicains, d'être leur émule en vertus civiques, de former des hommes, des citoyens à la patrie.

Je profiterai de cette circonstance, messieurs, pour faire la motion expresse, qu'il nous soit permis d'élever, dans ce sanctuaire de la vérité, une statue à la femme de Phocion, afin que nous ayons sans cesse devant les yeux le modèle de la sagesse, de la modestie, de la simplcité, des vertus morales et civiques.

Réponse du président:
Les Amis de la vérité savent apprécier vos sentimets patriotiques et partagent vos

(pagina 14)

héroïques vertus; car ils sont tous décidés à ne porter jamais de chaînes que celles faites de fleurs qui seroient tissues par vos mains, et celles des aimables citoyennes qui partagent leurs travaux.


Vertoog van een Amis de la Vérité.

Palm d'Aelders, Nederlandse, bij het ontvangen van de nationale kokarde en nationale medaille uitgereikt aan haar tijdens de plenaire vergadering van het stadbestuur van Creil, op 14 februari 1791

Geboren in een republiek die tachtig jaar voor haar vrijheid en gelijkheid heeft gestreden; grootgebracht bij een volk dat met jalouzie naar haar [die van de Republiek, AS] grondwet kijkt, een volk dat altijd met moed despoten die het omringden weerstond, en die

[p. 12]

zo dikwijls hebben geprobeerd het volk te ketenen; zo was ik verrukt, heren, toen ik het geweldige gebouw van uw grondwet, gebouwd op de onvervreemdbare natuurrechten van de mens, opgericht zag worden.
Echter, ik moet erkennen, heren, dat de vooroordelen die ik had, vaak in mijn hart streden met de pure en werkelijke/eerlijke principes die jullie hoogstaande wetgevers hebben ontwikkeld met zoveel energie en succes; maar versterkt door de patriottische geschriften, aangemoedigd door jullie lessen, heb ik de zaden van deze verkeerde hoogmoed, die zo vaak de kwetsbare planten van de gelijkheid verstikken, weten te overwinnen.
Ja, heren, het is na deze ervaring dat ik heb geoordeeld over het grote aantal vrouwen die, vooral in deze hoofdstad, zich laten meeslepen door het gevolg van een slechte opvoeding, die in een zalig nietsdoen leven, en die niet hebben kunnen opstijgen tot de sublieme beginselen van de moraal en de filosofie, die jullie revolutie hebben gemaakt en die verspreid moeten worden onder alle volkeren van Europa.
Het zal u niet [????], heren, dat enkele aanmoedigingen om de vooroordelen van de opvoeding te laten vallen, en dat deze waardigheid aan jullie geven;

[p. 13]

het is, na deze overwegingen, dat ik het ontwerp ontvouw door jullie het rekest te presenteren dat jullie kiesrecht heeft ontvangen?? en voor welke ik de eervolle beloning heb gekregen van het stadsbestuur van Creil.
Ik heb deze met respect en erkentelijkheid ontvangen, niet als een eerbetoon aan mijn zwakke talent, maar als een getuigenis, een stilzwijgende instemming met de rechtvaardigheid van onze eisen.
Ja, deze glorie is aan jullie voorbehouden, dappere en genereuze natie; en aan jullie, waarde medeburgers, is het [te danken] dat de zeden wedergeboren zijn om te leven temidden van republikeinen, om [jullie] gelijke te zijn op het gebied van de burgerlijke deugden, om mensen [mannen?], om burgers van het vaderland te vormen.
Ik neem de gelegenheid te baat, heren, om een uitdrukkelijk voorstel in te dienen, om op deze heilige plek van de waarheid een standbeeld op te richten ter ere van de vrouw van Phocion [Phokion, Atheens politicus en veldheer; bedoeld is hier zijn tweede vrouw, AS], opdat wij voortdurend het voorbeeld van [haar] wijsheid, [haar] bescheidenheid, [haar] eenvoud, [haar] morele en burgelijke deugden voor ogen hebben.


Je bent hier: OpeningBronnenAppèl → deel 4