Hoofdstuk 9, pagina 248
Een dergelijk succes bracht haar hoofd op hol

In het eerste (inleidende) deel van de Gedenkstukken der algemeene geschiedenis van Nederland van 1795-1840, brengt Herman Theodoor Colenbrander (1871-1945) veel nieuwe informatie over Etta boven tafel. Haar brieven uit Parijs voor zover die bewaard zijn gebleven in het archief van stadhouder Willem V, de kladjes van de brieven van Laurens van de Spiegel aan haar, enige correspondentie over haar tussen de beide laatstgenoemden, en haar in Franse archieven opgediepte brieven uit Den Haag aan minister Lebrun en diens opvolger.

Nadat de boektekst klaar was, kwam Colenbrander nog enkele bronnen op het spoor die hij in de inleiding opneemt. Genealogische gegevens over haar familie, de in een Frans archief gevonden eigendommen die in 1794, toen Etta zelf allang weer in Nederland was, in de Rue Favart in beslag zijn genomen en het rapport van het comité van waakzaamheid dat in januari 1796 in de vergadering van de Provisionele Representanten van het Volk van Holland is behandeld.

Colenbrander geeft heel keurig steeds de exacte vermelding van de vindplaatsen zodat anderen ze ook terug kunnen vinden. Een overzicht van wat er over Etta in dit boek te vinden is, staat op deze pagina.

Het boek van Paul Bordeaux, La Médaille d’honneur offerte par la Municipalité de Creil a Madame Palm Daelder, bevindt zich in het archief De Sitter bij de groninger Archien, toegang 694 invnr 60, maar inmiddels is het ook gedigitaliseerd. De volledige tekst van het boek staat op deze pagina.

Je bent hier: OpeningHoofdstuk 9 → pagina 248