Hoofdstuk 9, pagina 246
Goed van hart en met een edelmoedige geest

Eerste verslaglegging-1. In de monumentale reeks over parlementaire geschiedenis ten tijde van de Franse revolutie, waarvan de veertig delen tussen 1833 en 1838 verschijnen, drukken Buchez en Roux bijna het hele Discours van 3 december 1790 af. Elders maken ze melding van haar arrestatie in juli 1791.
P. J. B. Buchez en P.C. Roux, Histoire parlementaire de la Révolution française, ou Journal des assemblées nationales depuis 1789 jusqu'en 1815, Paris, 1834.
Etta's Discours staat op pagina 424 van deel VIII. Van haar arrestatie wordt melding gemaakt op pagina 118 van deel XI. Zie de teksten.

Eerste verslaglegging-2. Het Franse geschiedeniskanon Jules Michelet vertelt rond 1850 in zijn standaardwerk over de Franse revolutie dat ‘een chique Nederlandse vrouw, Madame Palm-Aelder’ in de Cercle Social plechtig vraagt om politieke gelijkheid voor haar sekse'. En in zijn boek over vrouwen tijdens de revolutie enkele jaren later noemt hij haar ‘goed van hart en met een edelmoedige geest’ en introduceert haar als ‘de woordvoerster van de vrouwen, die hun emancipatie verkondigt’.
Uit Michelet, Histoire de la Révolution française, Parijs 1847-1853, en Les femmes de la Révolution, Parijs 1854, zie de teksten.

De interruptie wordt beschreven in het boek Anacharsis Cloots, l’orateur du genre humain uit 1865 door G. Avenel, 1865, zie hier. De schrijver legt de zin over de 'helige Hypatia' bij de interruptie door Etta in de woorden van zijn hoofdpersoon Anarcharsis Cloots, oftewel Jean-Baptiste du Val-de-Grâce, baron de Cloots (1755-1794). De tekst:

Et apercevant aux galeries la baronne hollandaise Etta Palm-Aelders, qui, fille d'un aubergiste de Groningue, avait pris la femme de Phocion pour modèle et qui devait un jour l'admiration de la commune de Creil et de ses amazones: "Dieux et déesses! Dit-il, voilà bien la divine Hypatie en personne; il ne manque plus que Plotin à la tribune.

H.P.G. Quack, De socialisten: Personen en stelsels. Deel 1: Het socialisme vóór de negentiende eeuw, 1875, zie hier. De tekst:

In de club van Fauchet was ééne der vrouwen, die zelve dikwijls het woord opnam, om de emancipatie der vrouw te bepalen, een Hollandsche dame, mevrouw Palm Aelders uit Groningen.

Léopold Lacour beschrijft in Les origines du féminisme contemporain de levens en activiteiten van drie vrouwen uit de revolutionaire periode, Olympe de Gouge, Théroigne de Méricourt en Rose Lacombe. in het boek wordt Etta meerdere malen genoemd, zie daarover deze pagina.

François Victor Alphonse Aulard, Le féminisine pendant la Révolution française, artikel in de Revue Bleue, 1898. Aulard is de eerste die een groter scala van Etta's activiteiten behandelt. Hij schetst een levendig beeld met nieuwe informatie uit kranten uit de tijd van de revolutie. Het verhaal verschijnt als feuilleton in het Sociaal Weekblad en de volledige tekst daarvan staat op deze pagina.

Je bent hier: OpeningHoofdstuk 9 → pagina 246