Hoofdstuk 3, pagina 83
Een beleefd compliment en wat geld

Het citaat van Rudolf Hentzy komt uit een brief van hem aan raadpensionaris Laurens van de Spiegel dd 25 oktober 1789, geciteerd in RGP1 pagine 156 noot, zie hier. De tekst:

Elle m'a régalé de la lecture d'un ouvrage sur le faux patriotisme batave, qui ne fera pas également plaisir à tout le monde.

Daarna begint het gehannes van Van de Spiegel met Etta's manuscript. Het geciteerde briefje van de raadpensionaris aan Wilhelmina van Pruisen van 2 januari 1790 staat in RGP1 in de noot bij pagina LII van de inleiding, zie de tekst.

Een kopie van zijn brief van 18 januari 1790 bevindt zich in NL-HaNa toegang 3.01.26 invnr 50, zie de transcriptie. De Nederlandse vertaling van het betreffende gedeelte (NB: opvallend is dat hij dit keer de naam Lampsins voluit schrijft, terwijl hij anders alleen 'de heer L.' doet):

Nog een woord over uw werk dat zo lang onderweg geweest is maar mij eindelijk is geworden door de goede zorgen van M. Lampsins, u heeft gelijk, madame, dat mijn (drukke) bezigheden mij niet toestaan om dit werk van begin tot 't eind te lezen met een volgehouden toewijding, maar ik heb een vriend gebeden die kennis heeft en veel meer vrije tijd dan ik, om het scrupuleus te onderzoeken en me zijn bevindingen mede te delen,  die ik u vervolgens zal doen toekomen, terwijl ik uw bevelen afwacht voor de uiteindelijke bestemming van dit interessante geschrift.

Een kopie van zijn brief van 12 februari 1790 bevindt zich in NL-HaNa toegang 3.01.26 invnr 50, zie de transcriptie. De Nederlandse vertaling van het betreffende gedeelte:

Nog een woord, madame, betreffende uw manuscript. Het is in handen van een zeer capabele man die meer dan wie ook in staat is de verdiensten van dit werk te beoordelen, want niet alleen kent hij perfect de grondwet, en de gezichtspunten van degenen die die willen omverwerpen, maar die zelf, en voor en na de revolutie, een actief aandeel in de zaken heeft gehad. Ongelukkigerwijs, is hij te zeer bezet om zijn lezing zo snel af te maken als ik gewenst zou hebben, maar hij is mij komen verzekeren alle mogelijke volharding aan de dag te leggen.

Een kopie van zijn brief van 11 maart 1790 bevindt zich in NL-HaNa toegang 3.01.26 invnr 50, zie de transcriptie. De Nederlandse vertaling van een gedeelte van de brief:

Ik heb de indruk, Madame, door uw laatste brief van de vierde van deze maand dat u een beetje ongerust bent over het lot van uw manuscript, en ik moet bekennen dat degene die was belast met de herziening/revisie van het historische gedeelte wat meer snelheid erachter had kunnen zetten, maar aan de andere kant heeft hij uw toegeeflijkheid verdiend door de nauwgezetheid waarmee hij zijn taak heeft vervuld, en door de terechte loftuitingen die hij aan de auteur van dit werk geeft.
Tenslotte heb ik het teruggekregen met enkele weinige opmerkingen ten aanzien van de historische feiten die zonder moeite kunnen worden verbeterd, en ik zal nu uw bedoelingen volgen door het geheel te overhandigen aan M. de graaf van Meuron om voor het drukken zorg te dragen.

P.s.: Na mijn brief te hebben afgemaakt, ontving ik de uwe van de 7de. Ik voel daarbij Madame een weinig humeurigheid: u moppert weer op mij over uw manuscript, (...).

NB: Als Etta het manuscript eindelijk van Van de Spiegel terug heeft gehad, schrijft ze een tijdje later vanuit Parijs, 7 juni 1790, zie hier, dat het manuscript in handen is

van een van de krachtigste steunpilaren van de constitutie die vriendschap voor mij voelt.

Vermoedelijk voor een laatste correctie of misschien om de Franse grammatica nog eens te controleren voor het naar de drukker gaat.

Je bent hier: OpeningHoofdstuk 3 → pagina 83