BESCHRIJVING van vellen met berekeningen door Willem de Sitter van de erfenis Werumeus, vermoedelijk 1790/1791 gemaakt, Groninger Archieven toegang 694 invnr 39

Dat deze rekenvellen zijn gemaakt door Willem de Sitter (1750-1827) blijkt uit een brief van een van zijn dochters aan een andere dochter, waarin ze het heeft over 'door papa’s hand geschreven', brief 1 op deze pagina.

Het zal in 1790/1791 gemaakt zijn, omdat de berekeningen in dat jaar ophouden en omdat Etta dan juridische stappen neemt omdat zij na het overlijden van haar moeder niets gehad heeft. Volgens de hiervoor genoemde brief is de uitkomst dat Etta recht heeft op 750 gulden, maar dat moet uit een ander stuk komen, want dat staat hier niet bij.

In onderstaande zijn cursieve stukken mijn aantekeningen en is romein letterlijke transcriptie.


Bovenaan het eerste vel staat:

Copia

Het eerste vel heeft als titel

Uitschot gedaan aan juffrouw.

Daarmee zal 'juffrou Aalders' bedoeld zijn, oftewel Agatha Petronella de Sitter weduwe Aalders, dus Etta's moeder.

De uitschotten beginnen op 18 april 1769 en zijn meest halfjaarlijkse bedragen van tussen de 50 en de 65 gulden, bij een hogere frequentie zijn de bedragen lager en één keer, in 1773, wordt in één keer 158 gulden als uitschot gemeld.


Op het tweede vel gaat het verder met als laatste betaling:

1781 den 5 febr. ƒ 50-.-.

Totaal zijn aan uitschotten gedaan

ƒ 2070-18-

Daarna volgt het kopje:

Andere verschotten

Bestaande uit:

kamerhuur voor de juffrouw betaald aan B.R. Cornellis 's jaars 25 gulden van Maij 1771 tot maij 1781

En nog een kleinere post die niet goed te lezen valt, en dan volgt het kopje

doodskosten

gevolgd door een aantal namen en bedragen, waaruit volgens mij kan worden afgeleid dat Agatha Petronella de Sitter in mei 1781 is overleden. Volgens de hier boven genoemde brief zijn die doodskosten betaald door 'grootmama', dus Johanna Schultens, de weduwe van de in 1780 overleden Wolter Reinold de Sitter.

Het klopt ook met brieven van Etta waarin ze meldt dat de familie De Sitter haar de erfenis Werumeus vanaf 1782 heeft onthouden.

Er volgen nog een aantal kwitanties en in totaal is dan aan de juffer Aalders besteed

ƒ 2551-10-

Daar wordt van afgetrokken

het provenue der verkogte goederen ƒ 298-8-.

Zodat het eindresultaat, wat hij noemt 'de schadelijke staat' bedraagt:

ƒ 2253-2-.


Op het derde vel staat de profijtelijke staat. Die bestaat uit obligaties op een achttal personen, vooral op ene Jan Dijk, die 1500 gulden in het krijt staat, maar bijvoorbeeld ook Rentmr. Werumeus, achter wiens naam 500 staat. Het totaal aan obligaties bedraagt 2065-13-., wat aan rente per jaar opbrengt ƒ 143-3-., waar echter de 400ste penning afgetrokken moet worden zodat resteert ƒ 135-10-.

Dat is inderdaad het bedrag dat Etta noemt als wat ze jaarlijks van de familie moet ontvangen.

De juffer Werumeus is in 1774 overleden. Blijkbaar beschouwen de De Sitters de uitschotten aan juffrouw Aalders als een voorschot op de erfenis Werumeus, want Willem de Sitter rekent uit:

Van Nov: 1774 zijnde het begin der loop der revenues van de erfportie van Juffer Werumeus tot Nov: 1790 is 16 jaar

dus hij vermenigvuldigt de hierboven genoemde ƒ 143-3-. met 16 en trekt daar 16 maal de vierhonderdste penning van af en eindigt op een profijtelijke staat van ƒ 2168-.-. terwijl de op het vorige vel berekende schadelijke staat was ƒ 2253-2-. zodat er slechts een saldo resteert van
ƒ 85-2-.
Volgens de in het begin genoemde brief heeft hij echter in december 1791 750 gulden aan Etta betaald als het achterstallige bedrag, dus er zal nog een ander rekenvel moeten hebben bestaan.


Je bent hier: OpeningBronnenGrATg 694invnr 39 → deel 05